Geloof en moedeloosheid – lijnrecht tegenover elkaar

Geloof en moedeloosheid – lijnrecht tegenover elkaar

Geschreven door: Heidi Watz Vedvik | Gepubliceerd: woensdag 27 februari 2013

“Maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.” (Hebr. 11:6) 

Na dit vers een paar maal te hebben gelezen, heb ik begrepen dat dit geloof waarvan hier sprake is, een dieper geloof is dan alleen maar dat God bestaat. Als dat niet zo was, zou de tekst een beetje verwarrend zijn, want wie neemt wel de moeite om “tot God te komen” om “Hem welgevallig te zijn” als men niet eens gelooft dat Hij bestaat? Nee, het is een geloof in meer waarover hier geschreven wordt.

Het is het geloof “dat Hij een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken”, dat werkelijk mij kan helpen in mijn leven. Ik moet geloven, dat als ik leef naar Gods wil, strijd tegen de zonde en mijn eigen lusten, dat Hij mij van binnen kan veranderen. Wat altijd onmogelijk voor mij is geweest: geduldig en dankbaar zijn, alle mensen liefhebben, niet teleur- gesteld of geïrriteerd worden – dit alles kan God omkeren, zodat ik een heel nieuw innerlijk krijg. Daar lezen wij over, en het is misschien niet zo moeilijk om te geloven als je andere mensen ziet. Juist als ik mezelf onderzoek, kan ik al gauw de moed te verliezen.

“Maar nu komt het tot u, en gij zijt moedeloos, het treft u, en gij staat verbijsterd.” (Job 4:5).

Moedeloosheid heb ik een beetje leren kennen. Dit gevoel komt vaak als bij mij een lichtje gaat branden – als ik plotseling de zonde die in mij woont, gewaar word. Dan denk ik, dat ik nog een veel te lange weg te gaan heb. Ik kan me niet voorstellen, hoe verschrikkelijk veel tijd het kost, voor ik eindelijk verlost ben van al mijn akelige neigingen. Ik denk dat ik het nooit voor elkaar krijg. Zulke gevoelens komen niet van God, maar is het werk van de duivel.

Zulke gevoelens komen niet van God, maar is het werk van de duivel.

Geloof en moedeloosheid, moedeloosheid en geloof – twee tegengestelden. Als ik door en door geloof in de transformatie die God bewerkt en dat die in mij kan plaatsvinden, heb ik dan reden om moedeloos te worden? En als ik moedeloos ben, geloof ik dan? Nee, ik kan niet zeggen dat ik geloof als ik tegelijkertijd ook twijfel! Deze dingen zijn niet te combineren! Maar hoe kom ik dan af van die moedeloosheid?

Het antwoord is dat ik mij moet wapenen met geloof, het geloof gebruiken als wapen tegen de moedeloosheid die komt door ongeloof. “neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven” (Ef. 6:16) Dat was precies wat Abraham deed toen God hem een zoon beloofde. “En zonder te verflauwen in het geloof heeft hij opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en dat Sara’s moederschoot was gestorven; maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer, in volle zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen.” (Rom. 4:19 - 21) Abraham werd niet moedeloos, zelfs als was de belofte van God onwaarschijnlijk.

Het antwoord is dat ik mij moet wapenen met geloof

Je moet er dus voor kiezen om te geloven, jezelf wapenen met het schild van het geloof, want door je eigen verstand te volgen, neemt de moedeloosheid je al snel te pakken. “Het schild des geloof” is niet alleen geloven in God, maar ook in Gods kracht die wonderen kan doen in alle mensen. Ja, ALLE, ook ik, wat voor persoon ik ook ben, wat mijn verleden is of welke natuur ik heb, kan door Gods hulp helemaal veranderen. God is machtig om een wonder te doen. Daarin geloven is mijn wapen!

Ja, ALLE, ook ik – wat voor persoon ik ook ben, wat mijn verleden is of welke natuur ik heb, kan door Gods hulp helemaal veranderen.