Ik kan veel goede werken doen, die er voor mensen prima uitzien. Misschien doe ik dat wel om te voldoen aan mijn eigen egoïstische behoefte om me prettig te voelen. Maar wat hebben de mensen eraan? Hoe kan dat hun leven veranderen?
Ik kan de obstakels overwinnen waardoor ik mijn medemensen niet kan liefhebben!
Ik heb immers hoop gekregen, geloof in totale overwinning over zonde en een leven met God. Een voorbeeld van zo’n leven, is dat niet iets om mijn medemensen te geven? Dat is nog eens iets van waarde, iets waar ze wat aan hebben in alle levensomstandigheden!
Als ik mijn medemensen wil liefhebben, voel ik vaak dat ik aan mijn grenzen kom, omdat liefhebben moeilijk is. Dat komt door mijn zondige neigingen als mens, want daaruit komt niets goeds voort. Rom. 7:18.
Heb liefde voor allen!
Maar wat heerlijk dat ik alle zondige neigingen kan overwinnen! Ik kan de obstakels overwinnen waardoor ik mijn medemensen niet kan liefhebben. Het is mogelijk de grenzen te verleggen, die mij dat zo moeilijk maken. Dat kan ik niet in eigen kracht, maar door Gods kracht kan ik steeds meer mensen op een goddelijke manier liefhebben.
Dat is het beste wat ik kan geven!
Ik vind dit leven heel interessant. Een leven waarin het mogelijk is alle mensen lief te hebben! En als ik zo leef, ben ik een voorbeeld voor anderen. Dat is het beste wat ik kan geven!
Ik dank God dat ik dit overwinningsleven bij anderen heb gezien. Dat heeft mij hoop gegeven dat het bij mij ook zover komt! Ik wil een van hen zijn die al maar blijven geven, zodat er meer gelukkige, vrije mensen kunnen komen!