Een aantrekkelijk leven

Een aantrekkelijk leven

Geschreven door: Matthew Ibrahim | Plaats: Melbourne, Australië | Gepubliceerd: zondag 4 maart 2012

Een begrafenis is een tijd van rouw en gemis. Het verlies dat mensen voelen die een dierbare moeten missen, kan hen gedeprimeerd en moedeloos maken. Maar voor wie geloven in een leven van herschepping brengt zo'n dag ook hoop met zich mee.

Bijna 200 mensen waren bijeen in de zaal van de gemeente in Melbourne in Australië, om hun dankbaarheid te tonen voor het leven van Menno Johan van der Staal en hem te herdenken. Hij werd 74 jaar oud, en laat zijn geliefde vrouw achter, met wie hij bijna 50 jaar getrouwd was, en 9 kinderen met hun gezinnen. Het leven van Menno van der Staal was buitengewoon; zowel vanwege de hulp die hij zelf kreeg, als door de manier waarop hij anderen hielp en met ze omging.

 

Waarom waren er zoveel mensen bijeen om zich te verheugen over het leven en de nalatenschap van deze man? Wat is het dat de mensen zo aantrekt en dit leven zo aantrekkelijk maakt?

Wat is het dat de mensen zo aantrekt en dit leven zo aantrekkelijk maakt?

Menno groeide op in Nederland als derde van vier kinderen. Zijn vader was dominee in de Gereformeerde Kerk. Hij kreeg een verzoek om naar Australië te komen, en zo verhuisde het gezin naar Australië in 1958, toen Menno 21 jaar was. Een paar jaar later keerde hij terug naar Nederland en trouwde met de vriendin uit zijn kindertijd, Wilhelmina (Wilma), en samen emigreerden zij voorgoed naar Australië. Haar gaven voor sociaal werk, zijn pedagogische achtergrond en hun liefde voor de mensen brachten hen ertoe om te gaan werken met kinderen uit migrantengezinnen.

Menno was een spontane man die van de natuur hield en zich sterk bewust was van zijn omgeving. Als jonge man was hij niet zo bezig met het christendom van zijn ouders, hoewel hij altijd de liefde en het respect voor God bewaarde die hij van huis uit meekreeg. Hij was goed in staat om op verschillende manieren uiting geven aan zijn emoties en besteedde daar menig uur aan door te dichten, te musiceren en te schilderen; zijn favoriete bezigheid.

Een verlangen naar meer

Na een tijd kreeg Menno een baan aangeboden als onderwijzer in het Noordelijk Territorium, die hij aannam. Hij verhuisde met Wilma naar een kleine eilandgemeenschap aan de noordelijke kust van Australië, waar hij begon te werken met inheemse Australische kinderen. Er was een zendingspost van de Methodisten op het eiland, en Menno, die zich nuttig wilde maken, begon Bijbelstudies te houden voor een aantal jongens. Toen realiseerde hij zich hoe moeilijk het is om iets geestelijks over te brengen aan anderen, als je zelf niets te geven hebt. 

Hier, in deze relatief geïsoleerde omgeving in het tropische Arnhem Land, kwam hij in een diepe, persoonlijke nood over zijn eigen leven. Hij wilde beantwoorden aan de roeping van God, en begon intensief in de bijbel te lezen. Hij bad met Wilma om een volheid van de Heilige Geest en kreeg deze. Vanaf dat moment ging de bijbel voor hem open en begonnen de teksten voor hem te leven.

Hoe konden ze eigenlijk het leven leven waar Jezus mee kwam?

De Van der Staals verheugden zich over het nieuwe levende geloof dat ze hadden gevonden, maar er bleven nog veel vragen over: Hoe konden ze dieper Gods woord binnengaan? Hoe konden ze eigenlijk het leven leven waar Jezus mee kwam? Ze hoefden niet lang te wachten op het antwoord. Toen Menno in contact kwam met een andere dominee van de Gereformeerde Kerk, die ook naar Australië gekomen was, kreeg hij literatuur van Brunstad Christian Church, en voor het eerst hoorde hij over de mogelijkheid om overwinning te krijgen op de zonde. 

Toen Menno’s vader overleed besloten ze om dichter bij zijn moeder te gaan wonen. Ongeveer gelijkertijd begon zich een gemeente te vormen in Melbourne, dus trokken Menno en Wilma daar naartoe en vonden wat ze gezocht hadden: hun geestelijke thuis.

Gehoorzaamheid leidt tot herschepping

Vanaf dat moment kreeg Menno nieuwe vleugels, en zijn verlangen om God welbehaaglijk te leven drong door tot alle facetten van zijn leven. Hij begon openbaring te krijgen over zijn eigen natuur, en kon het kwade erkennen dat bij hem aanwezig was (Rom. 7: 21). Hij verlangde ernaar geduldig te zijn; goede woorden te hebben voor anderen en hun de hulp te geven die ze nodig hadden; een diepe, volledige rust te krijgen van het oordelen van anderen of zichzelf te zoeken op enigerlei wijze. Hij voelde zich beperkt door zijn scherpe, kritische natuur, maar nu kon hij de kracht gebruiken van dezelfde Heilige Geest waar hij in zijn nood om gebeden had. Door geloof en gehoorzaamheid aan Gods woord en de werkingen van de Geest, werd hij geleidelijk herschapen van zijn oude leven tot het beeld van Jezus Christus.

Kan ik tot zo’n leven komen, ... dat er van mij gezegd kan worden, “God is met ons”?

Een van Menno’s meest geliefde verzen was Jesaja 7: 14, de profetie over Jezus, waar Hij Immanuel genoemd wordt – God met ons. “Kan ik tot zo’n leven komen”, kon Menno op de samenkomst vragen, “…zodat van mij hetzelfde gezegd kan worden? Dat ik zo deel kan krijgen aan Gods deugden dat er van mij gezegd kan worden: ‘God is met ons’?” 

Hoewel Menno een oudere broeder was in de gemeente Melbourne en in Australië, werd hij nooit verwaand en begeerde hij nooit enige positie. Hij begreep dat God mensen beoordeelt op geestelijke inhoud, niet naar uiterlijke diensten. Hij schoof de jeugd naar voren en verheugde zich over hun persoonlijke groei en ontwikkeling als zij dienden in de gemeente. Jonge mensen die leefden in een geest van overwinning waren helden voor hem.

Liefde tot de mensen

Menno’s persoonlijke strijd tegen de zonde in zijn leven van herschepping bracht hem tot groot respect voor eenzelfde werk dat in anderen plaatsvond. Hij vertelde vaak hoe blij hij was als hij zag hoe goed het ging met de mensen die een grote plaats in zijn hart hadden, en hij was vol ontferming voor hen die het moeilijk hadden. 

Op een keer, tijdens een bezoek van een oudere broeder, zat Menno eenvoudig te kijken hoe de interessante verhalen van deze broeder en zijn inspirerende inzichten in Gods woord enkele van zijn vrienden boeiden. De broeder sprak verder met de één, bemoedigde een ander en hielp weer anderen met raadgevingen in verschillende levensomstandigheden. Na een tijdje zuchtte Menno: “Een leven om jaloers op te worden!” Hij uitte zijn verlangen naar meer persoonlijke groei, dat ook hij zijn vrienden kon geven wat ze nodig hadden om een leven naar Gods welbehagen te leiden. Hij zag zijn tekortkomingen en hij besefte dat hij nog zo weinig bereikt had van het leven dat Jezus op aarde leefde. 

Maar Menno bereikte veel. Het was kristalhelder voor de mensen die hem goed kenden, dat hij veranderd was in de jaren dat hij zijn Meester volgde. Door Menno's ootmoed kon Gods Geest hem vormen naar het beeld van de Verlosser die hij zo trouw diende en gehoorzaamde.

Wij geloven in het leven!

Op Menno's begrafenis begon zijn oudste zoon Milenko met het beschrijven van de overweldigende gevoelens van liefde van allen die bijeen waren gekomen. Dit was voortgekomen uit de wederzijdse band tussen Menno en allen die hem gekend hebben en respect gekregen hebben voor de geestelijke strijd die hij in zijn eigen leven gestreden heeft. En hoewel wij, voor wie hij dierbaar was, achterblijven en ons eigen verdriet hebben over het verlies van zo'n goede vriend, ervaren wij werkelijk de woorden van de apostel Paulus: wij zijn niet bedroefd, zoals de andere mensen, die geen hoop hebben. Wij geloven in de opstanding! Wij geloven in het leven! Wij weten dat Menno zijn geloof behouden heeft en zijn loop volbracht heeft. We geloven ook dat we hem weer zullen zien en verheugen ons samen over de eeuwige waarden die in hem gevormd zijn tijdens zijn dagen op aarde.

Wij geloven in de opstanding! Wij geloven in het leven!