Een hemelse blik

Een hemelse blik

Geschreven door: Joy Efseaff | Plaats: Salem, USA | Gepubliceerd: maandag 28 april 2014

Sinds zijn tienerjaren heeft Jerry Graham geleidelijk zijn gezichtsvermogen verloren. Hij heeft een ongeneeslijke oogafwijking die genetisch bepaald is. Door alles heen heeft hij een hemelse blik gekregen.

God had een ander plan

Jerry vertelde me: ‘Ik heb natuurlijk altijd wel gehoopt dat mijn ogen vooruit zouden gaan. Maar inwendig voelde ik aan dat God een ander plan had. Wat ik het allerliefst wou was weten of ik Hem behaagde. We hadden een keer een bidstond in de gemeente. De een na de ander stond op en vroeg voorbede voor het een of ander. Toen vroeg iemand: “Jerry, wat wil jij?” Nu, wat ik het liefst wilde was: meer inzicht te krijgen in God. En ik kan je verzekeren dat Hij dat gebed heeft verhoord!’

‘Ik merkte goed dat God door dit alles iets in mij aan het doen was, en ik wilde niet dat Hij daarmee ophield, ook niet als het veel lijden zou kosten.’

Een hemelse blik

‘Ik ga vaak naar een meer bij ons in de buurt, daar zijn wandelpaden. Dat is een goede plek om te bidden. Ik weet nog goed van een keer dat ik erg neerslachtig was, ik liep daar te wandelen en te bidden in mijn nood. Op een gegeven moment dacht ik: “Daar boven in de hemel zijn geen problemen.”

Toen moest ik denken aan 2 Korinthe 4:17-18: Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.

Dat was voor mij een verlossend licht, het sterkte me krachtig. Mijn omstandigheden werden niet anders, maar mijn hemelse blik wel.’

Een verruimde vriendenkring

Vandaag is Jerry in staat veel dingen te doen die andere mensen ook kunnen: hij kan wandelen, op z’n kleinkind passen en koken. Zijn blindenstok helpt hem te navigeren, en hij heeft manieren gevonden om contact te hebben met zijn vrienden.

Na een samenkomst zit hij graag in de eetzaal of op het terras. En hij vertelt: ‘De mensen komen gewoon naast me zitten. Op die manier heb ik heel goede gesprekken gehad, en doordat ik niet kon kiezen wie er kwam heeft dit mijn kring van contacten verruimd. Soms loopt het wel eens wat humoristisch af: vaak merkte ik dat degene tegen wie ik praatte de verkeerde persoon was, of al was weggelopen zodat ik tegen de lucht aan het praten was!’

‘Ik denk aan wat ik win’

‘Het is goed voor me om te bedenken wat ik win, niet wat ik verlies. Ik heb overal vrienden, over de hele wereld. Ik heb dankbaarheid en in toenemende mate tevredenheid. Ik heb mensen om voor te zorgen en mensen die voor mij zorgen. Ik heb nooit aan iets op aarde gebrek gehad – in feite heb ik juist veel meer dan ik nodig heb.’

‘Ik heb een eeuwigheid in het vooruitzicht met de beste en fijnste mensen die ooit op aarde hebben geleefd. Heb ik ergens gebrek aan? Nee! Maar dit leven kent wel lijden. Het gaat er maar om waar mijn blik op gericht is.’

‘Misschien heb ik nog maar één dag, of één jaar, of 30 jaar. Misschien krijg ik op een goede dag mijn gezichtsvermogen terug, misschien ook niet. Wat maakt dat uit, zolang ik nog steeds meer van God kan krijgen? Ik krijg nu al de meest waardevolle dingen van Hem. Als ik de hele wereld zou winnen, maar mijn ziel verliezen, wat zou ik daaraan hebben? Dat zou eeuwig verlies zijn!’

‘Geen verzoeking boven vermogen’

We moeten God geloven óf onze gevoelens, en het is zonneklaar dat God waarachtig is, ook als al onze gevoelens het laten afweten ...

Ondanks zijn situatie vertrouwt Jerry op God en op Gods Woord. Hij noemt een bijbeltekst die hem met name heeft geholpen, 1 Korinthe 10:13: Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.

‘Dit vers is een krachtig geestelijk wapen. God zegt dat Hij niet zal toestaan dat wij boven vermogen verzocht worden. Maar al onze gevoelens beweren het tegendeel: dit is voor mij te moeilijk, dat kan ik vast niet uithouden, enzovoort. Wie ga ik nu geloven? Voor mij is het antwoord overduidelijk: God waarachtig en ieder mens leugenachtig (Romeinen 3:4).’

‘We moeten God geloven óf onze gevoelens, en het is zonneklaar dat God waarachtig is, ook als al onze gevoelens het laten afweten. Ik denk: iedereen die de waarheid liefheeft zal dit begrijpen. Er staat ook geschreven dat wij geen schuldenaars van het vlees zijn. Al die gedachten en gevoelens kunnen wel opkomen, maar wij hoeven er geen slaven van te zijn.’

‘Dit is werkelijk een vrijmakend woord! Ik hoop dat iedereen op aarde het kan snappen! Dan is de satan met heel z’n leugenachtige legermacht van de duisternis voorgoed uitgeschakeld. Dat wordt nog eens een blijde dag!’