Een kind van God: Evert-Jan Slabbert

Een kind van God: Evert-Jan Slabbert

Geschreven door: Tielman & Gertrude Slabbert | Plaats: South Africa | Gepubliceerd: woensdag 1 juni 2011

Evert-Jan Slabbert (‘Jammi’) is geboren op 27 Juli 1993. Hij is genoemd naar twee godvrezende mannen: zijn grootvader Evert Hulsman en een geliefde broeder en vriend, Jan van Pareen. Hij leek wel wat op hen, hij had hun gevoel voor humor en plaagde ook graag de anderen een beetje.

Het was een heel gewone jongen, een die het leuk vond om over van alles en nog wat te praten, een die hield van cricket, rolschaatshockey, voetbal en computerspellen. Hij was gek op z’n vrienden in de gemeente, jong en oud, bracht graag tijd met ze door en zat graag met ze te chatten.

Jammi was bijna 15, toen hij te horen kreeg dat hij kanker had (leukemie). Van de ene dag op de andere werd zijn levensterrein zo sterk ingeperkt, dat hij niet meer de dingen kon doen die hij zo fijn vond. Door zijn ziekte lag hij vaak helemaal geïsoleerd van degenen met wie hij zo graag omging, en in lange periodes waren leuke activiteiten met de andere jongens voor hem verleden tijd. In de laatste drie maanden van zijn ziekte raakten zijn gezichtsspieren verlamd, zodat elke gelaatsuitdrukking wegviel. Hij kon zich niet meer uiten, kon niet meer glimlachen of lachen zoals gewoonlijk, zelfs niet met zijn ogen.

Vasthouden aan Gods woord

Maar ondanks zijn vele beperkingen was het alsof hij geen beperkingen meer kende. Meteen vanaf het begin heeft zijn kinderlijk geloof en zijn zachte hart hem bewaard voor angst en twijfel. Toen hij te horen kreeg dat hij kanker had, dacht hij eraan ‘dat God alle dingen laat meewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben’ (Rom. 8:28). Hij hield aan dit Schriftwoord vast, en het werd zijn leven.

Onder alle zware beproevingen, waarin hij meer dan eens ‘door een dal van diepe duisternis is gegaan’, ervoer hij alleen maar Gods goedheid en genade.

Jammi werd tot veel dingen verzocht, net als elke andere jongen, maar je kon makkelijk met hem praten en hem Gods woord geven. Hij luisterde er rustig naar, en in dezelfde rust boog hij onder Gods woord.

Kinderlijke eenvoud

Aanvankelijk leek het behandelingstraject tegen de kanker dat hij moest doorlopen wel een onoverzienbare berg en een pad zonder eind. Maar Jezus’ vermaning om geen zorgen te hebben voor de dag van morgen en je gedachten te bepalen tot het ‘nu’ maakten het bijna driejarig ziekbed kort en licht. Binnen zijn ernstige beperkingen vond Jammi God en Zijn wil, en binnen die krappe marge ontdekte hij veel dingen om dankbaar voor te zijn. Hij ‘leefde’ binnen deze grenzen, was blij met een goed bed, een douche, lekker eten, vriendelijke verpleegsters enzovoort. Hij vroeg ons te bidden dat hij geduldig zou zijn – en dat is iets wat Jezus hem inderdaad heeft geleerd. Als resultaat werd hij vrolijk en blij, tevreden tijdens vele uren in eenzaamheid, en vond hij veel goede en interessante dingen om te doen.

Op een bepaalde manier was Jammi heel kinderlijk, maar die kinderlijke eenvoud en overgave aan Jezus bewerkte dat hij zich heel volwassen gedroeg, hij kreeg overwinning in omstandigheden die veel volwassenen uit alle macht zouden hebben willen vermijden. Daarmee bevestigde hij wat Jezus zegt in Mattheüs 18:3: ‘Wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.’

Overgegeven aan Jezus

Jammi heeft dit koninkrijk der hemelen al op aarde gesmaakt. In zijn kinderlijke overgave kon hij van Jezus genade krijgen om zijn angsten te overwinnen, zodat hij haast roekeloos alles accepteerde wat op zijn pad kwam. Hij gaf zich helemaal over aan de medische behandeling die hij moest ondergaan, de vele prikken in armen en rug, chemotherapie en bestraling, stamceltransplantatie enzovoort. Zijn leven werd een bewijs ervan dat volledige overgave aan Jezus in alle levensomstandigheden totale overwinning geeft – ook bij iemand van 15-17 jaar! In veel situaties waarin volwassen mannen doodsbenauwd zouden zijn (bijvoorbeeld bij bloed afnemen, een lumbaalpunctie of beenmergafname voor tests) gaf hij zichzelf zonder bedenken. Niet omdat hij zo’n moedige of speciale jongen was, maar omdat hij zich had overgegeven aan Jezus.

Wat over Jezus geschreven staat werd ook openbaar in zijn leven: ‘Gelijk een schaap werd hij ter slachting geleid; en gelijk een lam stemmeloos is tegenover de scheerder, zo doet hij zijn mond niet open’ (Hand. 8:32). Het was wonderbaarlijk, hoe hij door alles heen kwam zonder zuchten of klagen! De arts die hem behandelde zei dat ze aan zijn leven kon zien dat hij een kind van God was. En, voegde ze eraan toe, er zijn er maar heel weinig waaraan je dit zo kunt zien.

Goedheid en genade

Wij danken Jezus voor wat hij in Jammi’s leven heeft kunnen doen. Zowel wij als Jammi hebben letterlijk ervaren wat staat in Psalm 23. Ons heeft niets ontbroken, Hij heeft ons doen neerliggen in grazige weiden, Hij heeft ons gevoerd aan rustige wateren. Hij heeft onze ziel verkwikt, Hij heeft ons geleid in de rechte sporen om zijns naams wil. Zelfs al zijn we door een dal van diepe duisternis gegaan, we vreesden geen kwaad, want Hij was bij ons, zijn stok en zijn staf hebben ons vertroost. Hij heeft voor ons een dis aangericht voor de ogen van wie ons benauwden, Hij heeft ons hoofd gezalfd met olie, onze beker (van dankbaarheid) vloeit over.

Ja, heil en goedertierenheid hebben ons gevolgd al de dagen van ons leven; wij zullen in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen!

Op 10 mei 2011 is Jammi naar Jezus gegaan, na 3 jaren van ziekte, en bijna 18 jaar oud.

In deze tijd hebben we velen meegemaakt die zorg hadden voor hem, goed voor hem waren, van alles voor hem deden en hem veel hebben gegeven vanuit de goedheid van hun hart, voor hem hebben gebeden en woorden van geloof tot hem hebben gesproken. Het heeft dit fantastische, gezegende en gelukkige leven – het koninkrijk Gods – tot realiteit gemaakt, in weerwil van alle obstakels en beperkingen van buitenaf.