Elke 2 minuten viel er een bom

Geschreven door: Ruben Ellefsen & Trond Eivind Johnsen | Plaats: Ziv'on, Israel | Gepubliceerd: woensdag 17 november 2010

In juli 2006 brak er oorlog uit tussen Israël en Libanon, na een reeks ongeregeldheden bij de grens tussen beide landen. De oorlog kostte 1300 mensenlevens, en heeft tot grote verwoesting op Libanese en Israëlische grond geleid.

Een groot deel van de strijd in deze 34 dagen in de zomer van 2006 vond plaats ten Noorden van Israël (terwijl duizenden raketten neerkwamen in grote delen van Noord Israël).
Hier, slechts een paar kilometer ten zuiden van de grens, woonde de Israëlische officier en vader Zvi Okun (48) in een kleine Israëlische plaats, de kibboets Ziv’on. Toen de oorlog uitbrak, vielen er bommen uit Libanon ook op deze kleine plaats, en alle inwoners vluchtten natuurlijk naar het Zuiden – met uitzondering van Zvi en zijn gezin. God werkte duidelijk zowel in Zvi als in zijn vrouw en gaf hun grote zekerheid dat het veilig was om te blijven, en in geloof in God kozen ze ervoor om in de bommenregen te blijven met hun zeven kinderen. Voor de allermeesten zou zo’n besluit enorm dwaas klinken, maar voor Zvi en zijn gezin was het besluit gebaseerd op een sterk innerlijk geloof en overtuiging.

De kinderen speelden buiten, terwijl de bommen over hen heen vlogen. Toen ze het vertrouwen van hun ouders in God hadden gezien, hadden ze geen reden om bezorgd te zijn, en daarom speelden ze ongestoord buiten terwijl de raketten boven hun hoofd overvlogen. Dit vaste vertrouwen maakte ook dat Zvi, toen hij hoorde dat er een bom in zijn achtertuin geland was zonder te exploderen, reageerde met ‘Natuurlijk is die niet geëxplodeerd!’ Hij wist dat God voor hem en zijn gezin zou zorgen.

'Al vallen er duizend aan uw zijde en tienduizend aan uw rechterhand, tot u zal het niet genaken.' Psalm 91:7.Zvi verwijst zelf naar dit Bijbelvers als hij terugdenkt aan wat er gebeurde in die wonderlijke zomerweken in 2006.

 

Natuurlijk is hij niet geëxplodeerd!