Vreugde die we in praktijk kunnen brengen

Vreugde die we in praktijk kunnen brengen

Geschreven door: Bessie Wong | Gepubliceerd: vrijdag 5 februari 2010

Toen Enoch Wong uit Hongkong zag dat mensen die Gods wil doen echt gelukkig worden maakte hij een keuze. Nu wil hij graag dat de jongere jeugd in zijn gemeente hetzelfde zal ervaren.

Ook al is hij nog maar 25 jaar, Enoch is de oudste van de jongeren in de gemeente in Hongkong. Het is laat op de zaterdagavond, en we zijn op een voetbalveld in Hongkongs New Territories om naar de jongeren te kijken die hun wekelijkse voetbalwedstrijd spelen. Enoch heeft het heel druk gehad vanmiddag: hij heeft gewerkt op het terrein van de gemeente, pianogespeeld, vertaald tijdens de jeugdsamenkomst, een auto met meisjes naar de voetbalwedstrijd gereden en heeft gelachen tijdens de amusante gesprekken.

Meer dan “aardig zijn”

“Ik merk dat ik actief moet zijn in dit zendingswerk; ik moet de anderen dit leven laten zien, zodat het een aantrekkingskracht op ze heeft. Dit leven maakt niet alleen mij gelukkig, maar het kan ook de mensen om mij heen gelukkig maken.”

Hij spreekt over het dichtstbijzijnde zendingsterrein: zijn familie, vrienden en collega’s. Ik vraag hem of hij iets uitgebreider over dit leven kan vertellen.
“Een leven met volkomen overwinning over de zonde.” Hij aarzelt even voordat hij verdergaat.
“Een leven dat het mogelijk maakt om altijd gelukkig te zijn.” Dit is het christenleven waarin hij gelooft, en wat hij zelf leidt.

Toen hij opgroeide in de gemeente ging hij naar de kindersamenkomst en gewone samenkomsten, zoals de meeste christelijke kinderen. Maar als kind vond Enoch dit leven niet zo bijzonder.

“Op dat moment was het bezoeken van de kindersamenkomsten slechts een deel van het gewone programma voor mij; iets heel gewoons”, zegt hij.
Hij dacht dat “christen zijn betekent aardig zijn”, maar hij begreep niet dat waarachtig christendom veel dieper ging.

Misschien kwam het omdat hij ouder was geworden, en wellicht ook vanwege de hulp die hij van andere mensen had gekregen, maar geleidelijk aan begon Enoch meer te begrijpen wat het betekent om christen te zijn. In zijn tienerjaren nam hij een persoonlijk besluit voor zijn geloof, en hij gaf zijn hart aan Jezus tijdens een jeugdsamenkomst.

Een keuze maken

Maar waarom had hij er behoefte aan om zich te bekeren? Hij dacht altijd dat hij een voorbeeldig kind was in de gemeente. Ik breng dit ter sprake, en hij legt uit over de verborgen zonden, die in ieder mens wonen.

“De jeugdbegeerten; het verlangen naar het andere geslacht, is een groot gebied voor vele jongeren. In het begin heb je niet eens door dat het zonde is, en dat kan heel makkelijk zo blijven”, zegt hij eerlijk.

In Mattheüs 5:28 spreekt Jezus over dit thema, en Hij maakt duidelijk dat onze gedachten even belangrijk zijn als onze daden. “Een ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.”

Door het woord van God dat hij in de gemeente hoorde kreeg Enoch de zonde in zijn menselijke natuur te zien, en dat we in onze gedachten de strijd tegen de zonde moeten winnen. Hij begon ook te geloven dat Gods woord niet alleen maar theorie en lege woorden waren.
“We kunnen deze zonden werkelijk weerstaan.” En dat was precies wat hij deed.

Nadat hij dit besluit had genomen, had hij nog steeds te maken met ups en downs, herinnert hij zich.
“Maar het was in ieder geval een begin!”

Een belangrijk keerpunt in het leven van Enoch was in 2005, toen hij de gelegenheid kreeg om te werken met een internationale groep jongeren in Noorwegen. Hij zag dat deze jongeren bereid waren om voor de anderen te leven, in plaats van voor zichzelf, en hierdoor konden zij zichzelf en anderen grote vreugde bezorgen.

Enoch vertelt dat hij ook persoonlijk heeft meegemaakt dat het grote vreugde geeft om Gods woord te doen. Hierdoor geïnspireerd was hij niet langer tevreden met een ‘ontvanger’ te zijn. Hij wilde dit leven mee naar huis nemen, naar de jongeren in zijn plaatselijke gemeente.
“Ik wilde dat ze hetzelfde geluk en dezelfde vrede zouden ervaren zoals ik die had ontvangen.”

“Vreugde is iets wat we in praktijk kunnen brengen”

“[Veranderd] van niet in staat te zijn, tot in staat te zijn om te zegenen.” Zo beschrijft Enoch zichzelf nadat hij terug naar huis reisde, terug naar het dagelijks leven in Hongkong. Daar ontmoette hij weer de oude problemen en nieuwe druk, maar hij is heel dankbaar dat hij hierdoor veel gelegenheden krijgt om door te gaan met proberen, en eraan te denken hoe hij tot zegen en opbouw kan zijn voor de anderen.

Natuurlijk zijn er situaties waar hij wordt verzocht om te twijfelen en moedeloos te worden.
“In Jeremia staat een tekst die mij veel heeft geholpen. Daar staat dat God ons een hoopvolle toekomst heeft beloofd.”

Hij denkt ook aan alles wat hij al met God heeft meegemaakt, en hij heeft er voor gekozen om zijn geloof te behouden.
“Als God mij heeft gekozen, wil Hij ook een uitweg voor mij banen.”

Als Enoch vandaag de dag denkt aan de jeugdgroep in Hongkong is hij het meest blij dat hij samen kan zijn met mensen die hetzelfde verlangen als hem hebben. Voor hem is hun ontwikkeling heel fantastisch.

“Ik zag dat vreugde niet alleen iets is waar we over horen op de samenkomsten in de gemeente, maar het is iets wat we in de praktijk kunnen brengen en gezamenlijk aan deel kunnen nemen: goed doen, zegenen, opbouwen.

“De jeugdtijd is kostbaar”

Terwijl hij praat volgt hij mee met de jongens en meisjes op het voetbalveld. Één van hen zegt iets grappigs, en Enoch schatert van het lachen. Het is duidelijk dat deze jongeren tot vreugde en inspiratie zijn voor hem.

Hij gaat verder over de toekomst, en hoe je een evangelist kunt zijn waar je ook bent.
“Als jongeren kunnen we veel doen, en we moeten klaarstaan voor de mogelijkheden die komen. De jeugdtijd is kostbaar. Op Gods weg te wandelen is het beste wat we kunnen doen”, besluit hij.