Toen Jezus’ vriend Lazarus was gestorven, zei diens zuster Martha tegen Jezus: ‘Ik weet dat hij zal opstaan bij de opstanding op de jongste dag.’ Maar Hij antwoordde: ‘Ik ben de opstanding en het leven.’ Joh. 11:24-25.
Opstanding betekent herrijzenis uit de doden. Dat Jezus dit kon zeggen, moet dan ook inhouden dat Hijzelf de dood had ervaren, ook al zagen de omstanders Hem in levenden lijve voor zich. Wat was dan de dood die Jezus had ervaren?
Dood aan de eigen wil
Eerder in Johannes zegt Jezus: ‘Mijn spijze is de wil te doen van degene die Mij gezonden heeft, en zijn werk te volbrengen.’ 4:34. ‘Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem die Mij gezonden heeft.’ 5:30. ‘Ik ben van de hemel nedergedaald niet om mijn wil te doen, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft.’ 6:38. Met heldere bewoordingen verklaarde Hij dat Hij niet zijn eigen wil deed, maar die van zijn Vader. Hij moet dus een wil hebben gehad die tegenover de wil van zijn Vader stond. En die eigen wil moest verloochend worden tot de dood toe. Door de wil van zijn Vader te doen is Hij één geworden met zijn Vader. Zo heeft Hij zich bekleed met goddelijke natuur, en zijn leven op aarde werd het meest zegenrijke leven ooit.
In zijn antwoord aan Martha zei Jezus dat we de kracht van de opstanding kunnen ervaren tijdens ons leven op aarde. We hoeven niet tot ‘de jongste dag’ te wachten om de opstanding te ervaren. Wij kunnen door een levend geloof in Jezus een leven leiden zoals het zijne, een leven zonder bewust te hoeven zondigen.
Opgewekt in gelijkvormigheid aan Jezus
Ons geloof wordt telkens beproefd, of het echt is. Wij mensen zijn sterk geneigd te reageren volgens ons verstand en ons inzicht. Martha getuigde dat Jezus was ‘de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komen zou.’ Joh. 11:27. Maar toen Jezus beval de steen voor Lazarus’ graf weg te halen, was het dezelfde Martha die antwoordde: ‘Here, er is reeds een lijklucht, want het is al de vierde dag!’ vs. 39. Zo snel reageert nu ons natuurlijk verstand en inzicht. Jezus zei tegen haar: ‘Heb Ik u niet gezegd dat gij, indien gij gelooft, de heerlijkheid Gods zien zult?’ En toen wekte Hij Lazarus op uit de doden.
Dit is een sprekend beeld van de opstanding waarover Jezus sprak vanuit zijn eigen leven, en die ook wij kunnen ervaren. Ons menselijk inzicht zal zeggen: ‘Maar hoe worden de doden opgewekt, en met wat voor lichaam komen zij?’ We kunnen in geloof antwoorden: ‘Dwaas! Wat gij zelf zaait wordt niet levend, of het moet gestorven zijn.’ (1 Kor. 15:35-36). Het is absoluut zeker dat wij, als wij sterven wat het vlees betreft (door onze hartstochten en begeerten te verloochenen totdat ze sterven) zullen worden opgewekt in gelijkvormigheid aan Jezus. In plaats van de lijklucht van onze menselijke natuur (het vlees) krijgen we een levendmakende geest met een levensgeur. ‘Gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen,’ vs. 49.
Paulus ervoer Jezus ‘en de kracht van zijn opstanding en de gemeenschap met zijn lijden, doordat hij aan zijn dood gelijkvormig werd,’ Phil. 3: 10. Moge dit ook ons getuigenis en onze ervaring zijn!