Leer van de mier

Leer van de mier

Geschreven door: Johan Oscar Smith | Gepubliceerd: maandag 10 december 2012

Ga tot de mier, gij luiaard, zie haar wegen en word wijs. Spr. 6:6.

De mieren bouwen hun nest zó dat de zon erbij kan, en naar het noorden en oosten bouwen zij het tegen een boom aan. Hiermee hebben zij alle voordelen benut, om het nest warm kunnen houden. Vroeg in de morgen, als de zon opkomt, begint daar de werkzaamheid. Alle wegen van de mier voeren naar het nest, en iedereen werkt zoveel als hij maar kan. Is er een dennennaald te groot voor een mier, dan pakken meerderen die dennennaald vast en slepen hem naar het nest.

Het is gezegend, om zowel met de hand als met de geest werk te verrichten.

Ledigheid veroorzaakt luiheid, en luiheid gebrek. Kijk naar de mieren, zie haar wegen. Eerst natuurlijk, daarna geestelijk. Hoewel zij geen aanvoerder heeft, noch leidsman, noch heerser, bereidt zij in de zomer haar brood, verzamelt zij in de oogst haar spijs. Vers 7 en 8.

Het is gezegend, om zowel met de hand als met de geest werk te verrichten. Het land van de armen, dat pas ontgonnen is, kan overvloed aan voedsel opleveren. De dwaze maagden bedelden bij de wijzen om olie. Zo gaat het met alle luiaards. Het eindigt met bedelarij. De dwaze maagden hadden geen olie in hun kannen verzameld. Zij waren lui. In het natuurlijke is er ijver nodig om voedsel te verzamelen; en er is niet minder ijver nodig om geestelijk voedsel te verzamelen. Het gebrek van de luiaard komt als een gewapend man, als een snelle loper. Het werk is voor hem als de pest, als iets onoverkomelijks, als een sterke man, die met een schild gewapend is. Dat is een afschuwelijke toestand om in te komen!

Is een dennennaald te zwaar voor uw broeder, spring dan bij en help hem dragen.

In de gemeente lopen ook alle wegen naar het nest, dat wil zeggen naar de geestelijke tempel, die opgebouwd wordt. Want wij worden met elkaar opgebouwd tot een tempel Gods in de geest. Laat alles bij u tot opbouw geschieden. Wees werkzaam voor de opbouw van het Koninkrijk van God. Is een dennennaald te zwaar voor uw broeder, spring dan bij en help hem dragen. Niet iedereen is een dienaar van het woord, maar iedereen kan een dienaar van God zijn, als het gaat om de opbouw van de tempel. Wij hebben geen heerser of leidsman of aanvoerder; dat heeft de mier ook niet en toch komt het werk snel uit zijn handen. Allen bouwen zij wetmatig naar hun innerlijke drang en drift. Zo moet het zijn.

Hoelang, luiaard, zult gij neerliggen, wanneer zult gij opstaan uit uw slaap? Nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen - daar komt uw armoede over u als een snelle loper en uw gebrek als een gewapend man. Vers 9, 10 en 11.

 

Skjulte Skatter, juni 1932
© Copyright Stiftelsen Skjulte Skatters Forlag