Wie is een christen?

Wie is een christen?

Geschreven door: Tielman Slabbert | Plaats: Vanderbijlpark, South Africa | Gepubliceerd: maandag 1 januari 0001

Wie is een christen? Kan iedereen zich christen noemen? En zullen alle christenen de eeuwigheid met Jezus doorbrengen?

Het is belangrijk om te begrijpen dat een christen niet noodzakelijkerwijs een christen is, omdat hij geboren is in een christelijk land, in een christelijke cultuur of in een christelijk gezin. Niemand in deze wereld is geboren als christen. Zelfs als een persoon zich associeert met christelijke principes of deze onderschrijft, maakt dit hem niet tot een christen. Op geen enkele manier kan iemand door zijn eigen kracht of karakter, wilskracht, kennis, talenten, rechtvaardigheidsgevoel of andere gevoelens een christen zijn.

“Je bekeren” is niet alleen een uitdrukking

Het menselijk ras is van nature compleet bedorven door zonde. Deze zonden zijn bekend bij elk mens op aarde, bij christenen en niet-christenen. Want uit het hart komen slechte gedachten, moord, overspel, seksuele immoraliteit, diefstal, valse getuigenissen, laster, magische kunsten, onreinheid en nog veel meer. Alle mensen zijn gebonden door deze zonden in meer of mindere mate. Door deze zonden wordt de mens NIET geaccepteerd door God; we zijn vijanden van God door de zonde.

Een christen is daarom iemand die heeft begrepen hoe ernstig het is dat je een vijand van God bent. Want hoe kan iemand die leeft in zonde ontkomen aan het oordeel van de Almachtige? Door dit begrip heeft deze man of vrouw spijt gekregen van het oude leven, en is een christen geworden. In andere woorden, een christen is iemand die zich bekeerd heeft.

“Je bekeren” is niet zomaar een uitdrukking; het betekent iets fundamenteels. We zijn bekeerd van het één naar het ander. Bijvoorbeeld van onwetendheid naar begrip, of van ‘je tijd verspillen’ naar ‘nuttig werk doen’, of van eigenliefde naar liefde voor anderen en goed doen aan anderen. Dus je bekeren is je afkeren van het kwade, tot het doen van de wil van God.

Je hebt een Verlosser nodig

Het hart weet dat het een Verlosser nodig heeft, iemand die hem of haar redt van de inwonende zonde. Onderwerping aan God, of zoals we eerst zeiden, bekering, wordt een daad van geloof. Geloof dat God iemand wil vrijmaken van de kracht van de zonde, zodat hij hier op aarde een leven mag leven dat welgevallig is voor God. Wie zo’n verbintenis is aangegaan, is christen geworden.

Dus een christen is ergens van gered, van iets slechts tot iets goeds. Dit gebeurt niet in een moment. Een christen kan de vergeving van zonde in een moment ontvangen, maar dat is slechts het begin van een constant werk van verlossing daarna. Na zijn bekering wordt hij beetje bij beetje verlost van meer en meer van die zonde die zo vast aan ons kleeft. Hij groeit daarom voortdurend en krijgt deel aan meer verlossing.

Jezus Christus, Gods Zoon, leefde hier op aarde een leven dat welgevallig was voor God. In feite heeft hij in Gods kracht alle zonde overwonnen die we als mensen kennen. Daardoor werd hij onze Verlosser. Wij kunnen nu net als Hij leven in overwinning over de zonde. Hij heeft ons de kracht van Zijn Heilige Geest gegeven, die ons de weg wijst en ons sterkt om te overwinnen waaraan we nog gebonden zijn, zelfs al zijn we christen en hebben we ons bekeerd.

Christen zijn versus religieus zijn

Jezus zei: “Niet een ieder die zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.”

Het woord ‘christen’ betekent ‘als Christus’, of ‘zoals Christus zijn’.  Het is daarom iets totaal anders dan religieus zijn. Religieus zijn is hetzelfde als geïnteresseerd zijn in religie, of religieuze neigingen hebben. Er zijn veel verschillende religies en veel soorten religiositeit, zelfs onder hen die de Bijbel lezen. Christen-zijn betekent echter dat je volgt in de voetstappen van Jezus Christus en zo bent als Hij was in deze wereld. De nadruk ligt op het doen, en geen huichelaar te zijn.

Jezus zei: “Niet een ieder die zegt Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is”. Hier zien we dat we het Koninkrijk van God NIET alleen kunnen binnengaan op grond van het feit dat Jezus Christus, de rechtvaardige, voor ons stierf. Geloof in Hem moet ook resulteren in het doen van rechtvaardigheid in ons persoonlijk leven. Mattheüs 7:21,
2 Timotheüs 19:22