Wilt u het goede doen?

Wilt u het goede doen?

Geschreven door: Sigurd Bratlie | Gepubliceerd: zaterdag 14 september 2013

De meeste mensen vinden, dat het kwade bij de ander aanwezig is. Ze zijn bezig met anderen, en wat die moeten doen, in plaats van met hun eigen taak, die immers zou moeten zijn: het goede doen.

“Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig.” Rom. 7:21.

De meeste mensen vinden, dat het kwade bij de ander aanwezig is. Daarom lopen ze kritisch rond met bitterheid en kwaadsprekerij. Het gaat hun niet om het goede dat zij willen doen, maar ze willen dat de anderen het goede doen. Ze zijn bezig met anderen, en wat die moeten doen, in plaats van met hun eigen taak, die immers zou moeten zijn: het goede doen.

Heiligmaking en groei krijg je uitsluitend door ermee bezig te zijn zelf het goede te doen.

Het bewerkt geen heiligmaking en ontwikkeling om bezig te zijn met het kwade dat de anderen doen. Heiligmaking en groei krijg je uitsluitend door ermee bezig te zijn zelf het goede te doen. Dan merk ik dat het kwade mij nabij ligt, en krijg ik gelegenheid om mijzelf te verloochenen en te reinigen. Het werken aan je verlossing met vreze en beven wordt dan doelbewust. Fil. 2:12. Dan loop je niet in den blinde en ben je geen vuistvechter die zomaar in de lucht slaat. 1 Kor. 9:26. Alleen door jezelf te behouden, kun je tot behoud worden voor wie je horen. 1 Tim. 4:16

Het hoofd bewerkt niets anders dan het goede te doen.

We kunnen denken aan ons lichaam. Met hoeveel leden heeft mijn rechterhand te maken? Alleen maar met het hoofd. Als hij iets moet doen samen met de linkerhand, en de linkerhand is onhandig, dan heeft hij er niets aan om over de linkerhand te klagen of er ontevreden over te zijn. Het hoofd bewerkt in de rechterhand niets anders dan het goede te doen. Hoe meer beschadigd de linkerhand is, des te bekwamer wordt de rechter. Zo werkt het hoofd, het enige deel van het lichaam waarmee de rechterhand te maken heeft.

“Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede!” Rom. 12:21

“De gehele wereld ligt in het boze,” 1 Joh. 5:19. Daardoor komt er veel kwaad over ons. Maar “wij weten dat wij uit God zijn.” Als wij ons laten overwinnen door het kwade, zodat ook wij kwaad worden, dan worden wij overwonnen door de wereld. Maar wij zijn immers uit God, en Hij die in ons is, is meerder dan hij die in de wereld is. 1 Joh. 4:4. Daarom luidt de vermaning: Overwin het kwade door het goede!

Dat ik het goede wil doen, bewijst dat ik uit God ben. Hoe het ook is met de anderen of hoe de omstandigheden ook worden, dat verandert er niets aan dat ik het goede wil doen. Als lid van het lichaam van Christus heb ik maar met Eén van doen. En van het hoofd gaan alleen maar goede werkingen uit. Hoe moeilijker het wordt, des te bekwamer word ik in het doen van het goede. Ik, die het goede wil doen, krijg dan juist gelegenheid om te oefenen. Maar dan zal ik ook ontdekken dat het kwade mij nabij ligt. Ik krijg iets om mee te werken, iets om mijzelf van te reinigen en niet iets om over te mopperen. Integendeel, ik krijg gelegenheid om te helpen en te zegenen. Ik, die het goede wil doen, ben in God en word niet overwonnen door het kwade.

Dat ik het goede wil doen, bewijst dat ik uit God ben.

Maar ik krijg rijkelijk gelegenheid om te werken aan mijn verlossing, en ik krijg een geestelijke opleiding om met Jezus te zitten op zijn troon, gelijk Jezus overwonnen heeft en gezeten is met zijn Vader op zijn troon. Op. 3:21.

 

Eerder gepubliceerd in Skjulte Skatter, augustus 1968

© Copyright Stiftelsen Skjulte Skatters Forlag