Tijdens de pinksterconferentie op Brunstad sprak Kåre J. Smith erover hoe noodzakelijk het is om, na door de Heilige Geest tot een nieuw leven wedergeboren te zijn, tot geestelijke groei te komen. Dat kan alleen door grondige bekering en gehoorzaamheid aan de Geest, de leraar ter gerechtigheid. Zonder deze grondige bekering is Gods woord voor mij vervalste melk. Alleen onvervalste melk geeft mogelijkheden tot groei.
Trond Eriksen kwam vervolgens met de vermaning God te leren kennen zoals Hij is. In de hemel, voor Gods troon, staan vurige fakkels tegen alle zonde en onreinheid (Openb. 4:5), en hier heeft de Heilige Geest zijn uitgangspunt. Wil ik gemeenschap hebben met God, dan moet ik samengroeien met zijn Geest in de ijver tegen de zonde. Dan kom ik tot het eeuwige, echte leven, dat onder alle omstandigheden standhoudt en bij God in de hemel past.
Kåre J. Smith
Het is vandaag een heel bijzondere dag, historisch gezien als we bedenken dat op Pinksteren de Heilige Geest is uitgestort. Daardoor kunnen wij geboren worden tot nieuw leven, en opgroeien in verlossing. Maar niet allen hebben de ware boodschap, zodat ze na het ontvangen van de Heilige Geest tot groei kunnen komen. Dat is heel verschillend.
Laten we lezen wat Petrus schrijft in zijn eerste brief, hoofdstuk 1. Wij weten dat de Heilige Geest de leraar tot gerechtigheid is. Slechts door de kracht en het onderricht van de Heilige Geest kun je überhaupt iets leren, zodat je vrij komt van je leven naar het vlees, van je kwaadsprekerij en je slechtheid. Anders ligt dat daar maar te smeulen, zolang je leeft. Hij zegt in hoofdstuk 1:2 ‘… naar de voorkennis van God, de Vader, in heiliging door de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenging met het bloed van Jezus Christus: genade en vrede worde u vermenigvuldigd.’
Nu zou je denken dat mensen die naar de voorkennis van de Vader zijn uitverkoren in heiliging door de Geest, zulke geweldige personen zijn. Maar dan zegt hij in vers 14: ‘Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd uwer onwetendheid, maar gelijk Hij die u geroepen heeft heilig is, wordt zo ook gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig. En indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap.’ Hoe velen van hen die wedergeboren zijn hebben zó’n vreze over hun leven, als Gods woord hier zegt?
En als we verder lezen, dan begint hij hoofdstuk 2, na aan die geweldige personen te hebben geschreven: ‘Legt dan af alle kwaadwilligheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij.’ Dus die vermaning hadden ze nodig, nadat zij wedergeboren waren en zij die mogelijkheid hadden gekregen. Zij hadden de vermaning nodig: ‘Verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opwassen tot zaligheid.’ Dus heeft er in mijn leven geen grondige bekering plaatsgevonden – en een grondige bekering is zoals staat in vers 1 – als dat niet is gebeurd zal het altijd, als ik Gods Woord drink en hoor, vervalste melk zijn. En als je vervalste melk drinkt, dat geeft geen groeimogelijkheden. Alleen de onvervalste melk geeft mogelijkheid tot groei.
Trond Eriksen
Ik dank God voor de geweldige geest die hier werkzaam is. En dat wij God meer leren kennen. Want dat geloof ik zeker: er is een groot verschil in de mate van God kennen. Zou men Hem hebben gekend zoals Hij is, dan was er veel meer vrees gekomen voor al die verborgen afdwalingen. We hebben gehoord van de laksheid die in de loop der jaren kan zijn binnengeslopen, ook al hebben we steeds hier gezeten. Maar als we hier nu zo zitten te luisteren en we merken de geweldige geest van ijver die er van de broeders uitgaat, dan is dat heel zeker uit God.
Ik wil iets lezen, iets wat heel goed voor mij is geweest om af en toe aan te denken. Velen hebben een bepaald begrip ervan hoe het in de hemel is. Men droomt ervan, denkt en schrijft erover, dat hebben velen gedaan. Over straten van goud en zo. En dat is waar, maar niet velen zijn er geweest. Johannes wel, hij werd opgenomen in de hemel, in geestvervoering. ‘En zie, er stond een troon in de hemel en iemand was op die troon gezeten’ (Openb. 4:2). ‘En van de troon gingen bliksemstralen, stemmen en donderslagen uit, en zeven vurige fakkels brandden voor de troon; dit zijn de zeven Geesten Gods’ (Openb. 4:5).
Dat was het eerste wat hij zag toen hij werd opgetrokken tot voor de troon, waar Gods Geest zijn uitvalsbasis heeft en vanuit werkt. Daar waren bliksemstralen, stemmen en donderslagen. Namelijk tegen alle zonde en onreinheid! Daardoor is het ook zo heerlijk in de hemel. Want die ademt voortdurend strijd tegen alles wat onrein is.
Het is niet zo vreemd dat alle mensen graag een plaats in de hemel willen hebben. Maar nu hebben we gehoord hoe we gemeenschap met God kunnen krijgen, hoe ons leven daarin kan passen. Dan moeten we ons verenigen met Gods vurige ijver, zodat wij dezelfde geest krijgen, de Heilige Geest! Daarin ligt zo’n vurige haat tegen de zonde. Dan wordt ook ons leven rein. Er staat ook: ‘Wie onzer kan verkeren bij een verterend vuur, wie onzer kan verkeren bij een eeuwige gloed?’ Antwoord: Wie zich wil laten verteren en zijn leven haat in deze wereld, om te komen tot het eeuwige, het echte, wat blijft onder alle levensomstandigheden!