Hij geeft de moede kracht

Hij geeft de moede kracht

Geschreven door: Esther Ling | Gepubliceerd: woensdag 17 juni 2015

“Als mijn taken onmogelijk lijken en ik het gevoel heb dat alle moederlijke liefde verdwenen is, dan, in plaats van mij te richtend op het probleem, vraag ik God om 'nieuwe kracht”. Een indrukwekkend getuigenis van een jonge vrouw in Ohio, over uitgeput raken, opgeven, op Gods woord vertrouwen en hulp van Hem ontvangen.

Die onverwachte momenten als je kinderen iets zeggen of doen wat een brede glimlach op je gezicht tovert, zijn zo ongeveer de mooiste momenten van het moeder zijn. Bijvoorbeeld als ik hoor hoe mijn vijfjarige kleuter mijn tweejarige peuter uitlegt hoe je moet bidden: “… Wilt u ook alle oude mensen en alle zieke mensen helpen om beter te worden …”, waarna de jongste het gebed prevelt in haar eigen peutertaaltje. Of als ik het snelle getrippel van kleine kindervoeten door het huis hoor gaan en een poosje later komt de kleinste met een langzaam gerikketik erachter aan. Die momenten maken het moederschap tot de baan die het meest voldoening geeft.

Ondanks mijn enorme liefde voor mijn kinderen waren de vragen om nog iets lekkers voor het naar bed gaan en nog een verhaaltje voor het slapen gaan, net meer dan ik kon verdragen.

Zoals dat bij elke andere baan kan voorkomen, maakte ik ook lange, vermoeiende dagen mee, die mij zowel mentaal als fysiek uitputten. Ondanks mijn enorme liefde voor mijn kinderen waren de vragen om nog iets lekkers voor het naar bed gaan en nog een verhaaltje voor het slapen gaan, soms net meer dan ik kon verdragen. Op zulke momenten merkte ik dat mijn lichamelijke krachten om voor mijn kinderen te zorgen afnamen. Ik begon ervoor te bidden. In 2 Korinte 9:8, belooft God dat ik “in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien” zal zijn. Er staat zelf in datzelfde vers dat Hij bij machte is “[mij]alle genade overvloedig te schenken” en dat ik “in alle goed werk overvloedig [zal] zijn!” Waarom was dit dan geen realiteit in mijn leven?

Mijn gebed werd op een onverwachte manier verhoord. Mijn echtgenoot was op zakenreis en tegen het einde van zijn reis waren mijn krachten uitgeput. Het antwoord kwam uit Jesaja 40:29-31:

“Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert Hij sterkte. Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen, maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.”

Ik richtte mij op mijn eigen onmogelijkheden om mijn taak te doen in plaats van te vertrouwen op de macht van God om mij te helpen.

Ik moest letterlijk doen wat er in dat vers staat: om te “lopen, maar niet moede worden” en te “wandelen, maar niet mat worden!” Maar wat is de voorwaarde in deze verzen? Dat is “de HERE verwachten.” En wat betekent dat dan? Voor mij betekende dat om volledig op God te vertrouwen. Ik richtte mij op mijn eigen onmogelijkheden om mijn taak te doen in plaats van te vertrouwen op de macht van God om mij te helpen. In plaats van tijd te verdoen door in gedachten te wensen dat de omstandigheden anders waren, moest ik op God vertrouwen dat Hij mij de kracht zou geven die ik nodig had.

Er was ootmoed voor nodig om dat de eerste keer te doen, en elke keer moet ik “[mijzelf] vernederen onder de machtige hand van God.” (1 Peter 5:6) God vraagt van mij dat ik 100% verzoend ben met Zijn plan voor mijn leven. Als ik God wil vertellen wat ik wel en wat ik niet aankan, dan kan hij mij geen “nieuwe kracht” geven. En als ik wil bidden dat de situatie verandert, dan kan Hij niet “de moede kracht geven”.

God vraagt van mij dat ik 100% verzoend ben met Zijn plan voor mijn leven.

Als ik nu merk dat mijn tekortkomingen mij willen verstikken, dan heb ik een nieuw perspectief gekregen. Als mijn taak onmogelijk lijkt en ik het gevoel heb dat alle moederlijke liefde verdwenen is, dan vraag ik God om nieuwe kracht te geven, zodat ik mijn kinderen goddelijke liefde kan geven, in plaats van mij op de problemen te richten. Ik denk er niet aan hoe de situatie zou moeten veranderen —dat de kinderen makkelijker naar bed gaan of dat er iemand bij me zou zijn om me te helpen—maar ik verzoen mij met de situatie en vraag God om hulp.

Het resultaat is dat ik een “nieuwe energie” merk!  In plaats van dat mijn kinderen een geïrriteerde, mopperende, ontevreden en uitgeputte moeder zien, zien zij een voorbeeld van iemand die geduldig is en vriendelijk, zelfs midden in de tegenslag. Dit is voor mij en mijn kinderen een bevrijding geworden, en ik hoop dat vele anderen datzelfde zullen ervaren!