Is het echt zo belangrijk?

Is het echt zo belangrijk?

Geschreven door: Anita Clausen | Gepubliceerd: dinsdag 5 januari 2016

Groen, oranje, rood! Ik rem hard – proberen de kruising over te steken zou iets te optimistisch zijn, al geef ik toe dat de verleiding om door rood te rijden groot is.

Eigenlijk kwamen er helemaal geen auto’s, dus waarschijnlijk was het goed gegaan. En het is toch ook niet erg als ik de regels één keer overtreed? Het is echt niet iets waar ik een gewoonte van wil maken...

Een verkeerslicht – de weinige, cruciale seconden dat ik moet kiezen

Ik weet wel dat het niet goed is. Het beeld van een verkeerslicht herinnert mij om te kiezen, elke keer dat ik verzocht word tot de zonde. Misschien word ik verzocht om wat lelijks te zeggen over anderen, liegen of alleen doen wat ik zelf wil. Ik heb een paar seconden om te kiezen, maar wat ik ook kies, het heeft consequenties. Het is niet zeker dat ik de consequenties meteen zie, maar misschien wat later.

Wat ik ook kies, het heeft consequenties.

Ik dacht aan wat m’n zus zei, een paar weken geleden: “Ik moet genade zoeken bij de genadetroon, als ik verzocht word, vóórdat ik zondig, want daar kom ik niet iemand tegen die mij aanklaagt, maar iemand die meevoelt met mijn zwakheden. En hier krijg ik kracht om te overwinnen!” – Kracht om te overwinnen, denk ik. Als ik bij de genadetroon kom, wanneer ik bid, omdat ik hulp nodig heb in het uur der verzoeking, vind ik hier misschien ook de kracht die het mogelijk maakt om niet te zondigen? Overwinnen betekent eigenlijk dat ik het tegenovergestelde doe van wat ik zelf wil. Mijn eigen wil. Maar hoe krijg ik dat voor elkaar? Is het in de praktijk mogelijk dat ik niet meer hoef te zondigen?

Ja! Want op het moment dat ik verzocht word, heb ik nog niet gezondigd. Er zijn nog weinige, cruciale seconden over waar ik actie kan ondernemen om overwinnend uit de verzoeking te komen.

Maar is het echt zo gevaarlijk?

Ik weet werkelijk niet waarom het zo makkelijk is om toe te geven. Je denkt snel: wat gebeurt er wanneer ik het niet zo ernstig neem, alleen die ene keer? Ik bedoel, is het echt zo gevaarlijk? Ik heb toch gedacht om verder altijd te overwinnen? Maar ja: het is gevaarlijk!

Als ik het niet ernstig neem, vanaf dat ik heel jong ben, gaat het ene snel leiden tot het andere. Ik sta mijzelf steeds meer toe kleine dingen goed te praten, totdat ik op een gegeven moment geen idee meer heb hoe het allemaal gekomen is.

Men zegt: het leven is kort. En mijn leven is te kort om niet mijn eigen wil te offeren in elke omstandigheid.

Als je jong bent zijn er zoveel dingen waar je zin in hebt, dingen die je nog wilt proberen voor je oud bent.
Men zegt: het leven is kort. En mijn leven is te kort om niet mijn eigen wil te offeren in elke omstandigheid. Wie weet: misschien was de omstandigheid waar ik dacht: “Ik overwin de volgende keer wel”, precies de omstandigheid waar ik eindelijk de mogelijkheid kreeg om vrij te worden van iets waar ik lang mee geworsteld heb. Elke verzoeking is een gouden mogelijkheid om te overwinnen. Elke omstandigheid is gemeten en gewogen door God, precies wat ik kan hebben, zodat ik meer en meer vrij kan worden van datgene wat ik zelf wil, en dat kan doen waarvoor God mij kan gebruiken.

Alle situaties zijn een mogelijkheid om Gods wil te doen!

Een passerende fietser raakt mijn schouder, en brengt mij terug bij het verkeerslicht. Ik weet eigenlijk niet hoelang ik daar in gedachten gezonken heb gestaan. Een beetje gênant, denk ik, maar ik kan toch niet nalaten om te glimlachen: ik versta nu hoe cruciaal het is hoe ik verkies te leven in mijn jeugdtijd. Wie had nou geloofd dat zelfs de kleinste situaties een mogelijkheid geven om Gods wil te doen? Het gaat er nu om volkomen trouw te zijn, zelfs als niemand mij ziet.

Wanneer ik nu al in mijn jeugd ga zien dat elke omstandigheid van God is, wordt het leven interessant om te leven. Ik kan mij overal verblijden over elke verzoeking waar ik in kom.

Ik ga weer verder en fiets over het kruispunt, vastbesloten om de mogelijkheden te benutten die ik vandaag krijg om te overwinnen in de verzoekingen. Mijn zus zei tot slot iets waar ik het volledig mee eens ben: “Met die kracht die ik bij de troon der genade krijg, kan ik over de zonde heersen, de hele dag door, met het lichaam wat ik van God gekregen heb. Denk hoe groot dat is!”