Toen Rolf Berge 11 jaar oud was, gaf hij zijn hart aan Jezus. Vandaag is hij de 70 gepasseerd en schrijft hij dat hij er nooit spijt van heeft gekregen dat hij Jezus gekozen heeft als zijn persoonlijke vriend.
We hebben allemaal een vriend nodig, of meerdere, iemand die mij begrijpt en waarvan ik weet dat hij een hart voor mij heeft, een waarvan ik weet en ervaren heb dat hij altijd vóór mij is. Dat betekent niet dat hij het altijd met mij eens is, want misschien weet hij vaak beter dan ik wat het beste is voor mij. Maar dan, en alleen dan, zal zijn liefdevolle en eerlijke raad mij kunnen helpen.
Jezus Christus is mijn vriend geweest, mijn broeder en mijn verlosser al vanaf mijn kindertijd. Toen ik als 11-jarige op een Christelijk kinderconferentie was, voelde ik mij sterk tot Jezus aangetrokken, en ik bekeerde mij bewust en heelhartig. Dit besluit gaf mij vreugde in mijn hart, ik wilde graag van Jezus getuigen en deze blijdschap delen. Ik wist dat mijn besluit daardoor bevestigd zou worden, zodat het een standvastig leven met Jezus kon worden. Thuisgekomen verzamelde ik al mijn moed en vroeg luid aan mijn moeder “Weet u waarom ik zo blij ben?” “Nee”, zei zij. “Wel, ik heb mij bekeerd”, zei ik, zo vast en duidelijk als ik kon. Mijn moeder verblijdde zich daarover en zei: “Bid ook voor mij!”. En zowel zij als mijn vader bekeerden zich later.
“Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.” ( Joh. 15:14 )
Deze innerlijke blijdschap zorgde ervoor dat ik ook andere mensen wilde vertellen over mijn nieuwe leven met Jezus Christus, bijvoorbeeld op school. De paar spottende opmerkingen die ik om deze reden moest verdragen hadden geen effect omdat Jezus mijn hart had gegrepen, en hoewel ik nog jong was, had mijn leven opeens een betekenis en een richting gekregen. Ik voelde mij zo veilig en was er rotsvast van overtuigd dat het de godvrezende goed zou gaan. Later in mijn jeugdtijd zou ik dat gezelschap en die vrienden hebben die ook vrienden waren van Jezus. Ook al had ik een goede verhouding met mijn klasgenoten, en later met mijn collega’s, bleef het een speciale vriendschap die ik had met de mensen waarvan Jezus zegt: “Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied”. (Joh. 15:14)
In de vele kleine en grote beproevingen en keuzes van het leven heb ik altijd ervaren dat Jezus vóór mij is, dat Hij altijd weet wat het beste is voor mij, en dat Hij altijd het beste wil voor mij. En ik heb ervaren dat luisteren naar Zijn woorden en mijn hart buigen onder Zijn wil, rijkelijk vrede en blijdschap geeft. Het geloof in Hem maakt het leven inhoudsrijk en zinvol, want in alles wat ik tegenkom hoor ik steeds Jezus woord en uitnodiging “Kom tot mij en leer van mij!” (Matt 11:28-30), en gehoorzaamheid aan dat wat het geloof mij heeft geleerd, heeft mij gelukkig en dankbaar gemaakt.