Onder schot

Onder schot

Geschreven door: Riana Hulsman | Plaats: Pretoria, South Africa | Gepubliceerd: donderdag 17 maart 2011

Het geluid van het spannen van trekkers onderbreekt de broeder die voorin de zaal spreekt.

Half zittend, half staand draai ik me om, om te zien wat er aan de hand is. ‘Wat is dit voor een zieke grap? Wie zijn die mannen met hun speelgoedpistooltjes?’ Uit mijn ooghoeken zie ik mijn broer met zijn handen in de lucht, en ik besef dat het geen grap is, maar realiteit.

Niet klaar om te gaan

Met je neus op de grond en met een bonkend hart lijken de seconden wel een eeuwigheid, en alles wat je kunt doen is je leven overdenken: ‘Heer, ik ben nog niet klaar om te gaan. Ik doe nog veel dingen waar ik spijt van heb, ik heb meer genadetijd nodig. Help mij Heer, ik wil nog niet gaan, ik heb meer olie nodig in mijn lamp. Alstublieft Heer!’ bid ik in stilte op de grond.

Een grote schoen stapt bovenop me om dichter bij iemand te komen die naast me ligt, en duwt me in mijn zij om meer ruimte te krijgen. De overvaller trekt iemands arm over mijn rug en neemt hem z’n horloge af. Ze kijken een paar keer of er bij hem nog wat te halen is, maar gaan aan mij voorbij. Net voor ze vertrekken komt één van hen op mij af.

"Heer, bescherm papa!"

Hij trekt aan mijn arm om mij om te draaien, en duwt z’n hand in mijn shirt om te kijken of ik een ketting om heb. Hij zoekt in mijn zakken naar mijn mobieltje. ‘Wacht maar, ik pak het wel even, het zit in mijn zak.’ Ben ik dat echt die praat? Ik kijk de overvaller recht in de ogen, en ik zal nooit meer de angst vergeten die ik daarin zie. Talloze gedachten vliegen door mijn hoofd.

Iemand pakte alle autosleutels van de eigenaren

Plotseling laat de man mij los en lig ik weer op de grond, maar nu hoor ik dat ze mijn vader bedreigen. Weer bid ik stilletjes: ‘Bescherm papa, alstublieft Heer, ik weet niet wat we zonder hem moeten.’ Ik hoor hoe iemand alle autosleutels van de eigenaren afpakt, en hoe een ander de kamer naast ons doorzoekt. Ze praten gestrest met elkaar, alsof ze haast hebben. En na een paar momenten van afschuwelijke stilte besef ik dat ze weg zijn.

Eén voor een staan we op. Sommige meisjes die achter me zaten, huilen. Hun moeders komen ze troosten. Naast mij begint een vrouw onbedaarlijk te huilen, terwijl haar man de politie belt – de bende heeft zijn mobieltje blijkbaar over het hoofd gezien. Ik heb geen idee wat ik moet doen; ik zit te trillen en moet bijna huilen. Maar ik denk: ‘Ik kan nu niet gaan zitten huilen, anderen hebben me nodig,’ ik haal maar diep adem en begin een paar te troosten.

Klaar voor Jezus

Als we later samen bidden en God danken dat er niets ernstigs is gebeurd met een van ons, besef ik dat ik mijn leven niet op dezelfde manier kan voortzetten. Ik besluit elke seconde van mijn leven goed te gebruiken, en nooit ruzie te maken of gemeen te zijn tegen iemand.

Vier jaar later ben ik dankbaar voor wat God me die dag gegeven heeft. We hebben echt geluk gehad. De overvallers zijn toen gekomen en gegaan en we waren niet gewond. Weken later ben ik nog bang geweest om ’s avonds naar buiten te gaan, maar ik heb leren vertrouwen op God en op wat in Mattheüs 10:30 staat: ‘De haren van uw hoofd zijn alle geteld.’ Zijn zorg voor mij is absoluut, en iedere omstandigheid van mijn leven is voor mijn eigen bestwil gepland.

Ik houd van Zuid-Afrika en heb geen plannen om te verhuizen. Ik wil bewust leven naar Gods wil, en altijd gereed zijn voor Jezus’ wederkomst. Ik heb mijn leven aan God gegeven, en het grootste wat ik kan doen om Hem terug te betalen is zijn woord gehoorzamen.