O, ik wil zingen van Gods gebod

Uitgevoerd door: André Wessels en Rick-Jan Wessels | Melodie: Rudolf Schwaiger | Tekst: Aksel J. Smith

2010 © Stiftelsen Skjulte Skatters Forlag – www.brunstad.org

1.
O, ik wil zingen van Gods gebod.
Die rijke gave komt van onze God.
Het brengt ons wijsheid, een hart vol vree,
ook eeuwige macht, eer en godsvrucht mee.

2.
Mijn harte jubelt vol dank aan God,
Ook voor de bergrede, voor elk gebod.
Dit is de rots waarop wordt gebouwd.
In stormweer en ontij is ’t mijn behoud.

3.
Ik strek mijn hand uit naar Christus’ wet,
als diamanten door God ingezet,
als parels, kostbaar, aaneengeschaard,
door God ons geschonken hier op de aard.
(Ps. 119:48)

4.
Een Jakobsladder ten hemel heen:
de treden zijn Gods geboden alleen.
Ja, laat ons snel alle treden gaan,
want Jezus ging voor en staat bovenaan.
(1 Tim. 6:11-14)

5.
Te zeggen: “knechtschap!” van ’s levens wet
is dwaasheid: God wordt te schande gezet.
Zijn leven komt door ’t gebod alleen;
dan gaan alle tweedracht en onrust heen.
(1 Tim. 1:3-6, Matt. 28:20, Hebr. 5:9)

Wegen van de Heer, 321

Lees ook het artikel Heb jij de geboden lief? van Aksel J. Smith. Daarin leer je meer over zijn ijver en liefde voor de geboden van Jezus.