De Bijbel over de vrucht van de Geest
In verschillende Bijbelverzen kun je Jezus’ dringende vermaning aan zijn navolgers vinden om in hun christenleven vrucht te dragen (Matt. 13:23, Joh. 12:24, Joh. 15:2-8 enz.). Dat is een voorwaarde om in Christus te blijven (Matt. 3:10). Ook de apostel Paulus geeft daarover gedegen onderricht. In Gal. 5 beschrijft hij de werken van het vlees: mensen die dergelijke zonden bedrijven kunnen het Koninkrijk van God niet beërven. Hij legt ook uit hoe de Geest van God en onze eigen zondige natuur, ons vlees, tegenover elkaar staan en onverenigbaar zijn. Als iemand niet meer de wil van het vlees wil doen, maar de Geest gehoorzaam wordt, gaat deze hem tot een nieuw leven leiden. In dat nieuwe leven groeien nieuwe levensvruchten. Paulus noemt die de vrucht van de Geest: ‘Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.’ Gal. 5:22
Tom was wanhopig. Hij las erover, maar begreep het niet. En in de praktijk werkte het nog veel minder. Vrucht van de Geest – was dit alleen maar dichterlijk uitgedrukt of konden dat reële mogelijkheden in een christenleven zijn?
Oslo 1978: Tom voelt een golf van wanhoop. De ene christelijke samenkomst en activiteit na de andere, en nog steeds geen antwoord op vragen waardoor hij nu al jaren gekweld wordt. In zijn frustratie schuift hij het laatste restje verlegenheid aan de kant. Tom gaat op een prediker af en doet zijn verhaal. Hoe zit het met wat Paulus schrijft in de brief aan de Galaten? Dat vers over de vrucht van de Geest, over liefde, blijdschap, vrede, vriendelijkheid, om er een paar te noemen. Er staat overduidelijk dat deze eigenschappen vruchten van ons leven als christen horen te zijn, maar om eerlijk te zijn moet Tom wel toegeven dat het daar mijlenver vandaan is. Hij is prikkelbaar, opvliegend, driftig en doet steeds dingen waarvan hij beseft dat ze in Gods ogen niet goed zijn. Hij weet niet meer of hij zich eigenlijk nog wel christen mag noemen.
Ik snapte gewoon niet welk verband er in de praktijk kon bestaan tussen Gods Woord en het dagelijks leven als christen
Verbaasd en bezorgd kijkt de prediker naar hem. Het is duidelijk dat hij meevoelt met die gekwelde ziel. Voor Tom ploft zijn antwoord als lood op de grond. Hij moet relaxen, niet zo gespannen zijn. Al die dingen zal God ons vast niet aanrekenen. Doet Hij dat hier al niet, dan toch zeker in de eeuwigheid niet. Tom is een serieus man. Hij heeft gelezen en gezocht en weet maar al te goed dat deze makkelijke redeneringen nergens in de Bijbel zijn terug te vinden. Integendeel, als hij Gods Woord moet geloven zoals het er staat, dan belooft het christenleven veel meer dan dat God ons de zonde niet toerekent en ons in Christus genadig aanziet. Er moet andere hulp zijn, een ander leven bestaan.
Drammen 2011: De zon staat al hoog aan de hemel en schiet lichtstralen door de kamer. In het ziekenhuisbed ligt Edith van 85 jaar nog onder de witte lakens. Het loopt ’s morgens vaak flink uit voordat zij aan de beurt is. Zo’n acht maanden eerder zou zij op deze tijd, zo fris als een hoentje en met blozende wangen, met haar man aan ’t wandelen zijn geweest, met trainingsstokken en joggingschoenen. Toen kreeg zij een beroerte, en op slag is het leven dat ze had gekend niet alleen veranderd, maar zo goed als verdwenen.
Vroeger heb ik zoveel geduld gehamsterd, dat ik nu uit een hele voorraad kan putten
Ze is haast alle lichaamsfuncties kwijt en heeft veel pijn. Alle hoop op herstel is allang verdwenen. Toch heerst er een bijzondere sfeer in de kamer. Een vredige, harmonische sfeer die het prettig maakt om er te zijn. Zo is het altijd bij Edith. Er klopt iemand op de deur.
‘Goedemorgen, nu is het eindelijk uw beurt,’ groet de verpleegster vriendelijk. Ediths ogen lichten op. ‘O dank je wel, meiske. Wat fijn je te zien.’ fluistert ze blij. Edith zegt niet alleen ‘dank je wel,’ zij is werkelijk dankbaar.
De verpleegkundigen hebben zelden zoiets gezien. Sommigen die daar al wat jaren hebben gewerkt, weten nog van een paar jaar terug toen Sigurd er patiënt was. Zij hebben veel punten van overeenkomst. Wat hebben ze toch gemeenschappelijk, waarom lijken ze op elkaar? Edith straalt, zij heeft de oude Sigurd goed gekend. Hoe verschillend hun leven ook was aan de buitenkant, ze hebben beiden hetzelfde innerlijke leven gekregen. Een leven in de voetstappen van Jezus.
Edith is geen goed toneelspeler. Haar conditie laat ‘blij zijn spelen’ niet toe. Het is haar ware aard die nu aan het licht komt. En dat is nu juist zo bijzonder. Waar je agressie en frustratie zou verwachten, is zij vriendelijk en geduldig; waar de meesten gedeprimeerd raken, is zij juist dankbaar en vredig. Voor Edith zelf is het niet zo vreemd. Al vanaf haar vroegste jeugd heeft ze Jezus gediend. Daarbij ging het niet om speciale rituelen of werken of een speciale manier van leven. Zij had haar leven aan God gegeven door zich dagelijks te verloochenen en eenvoudig te geloven dat je naar heel Gods Woord moet doen en leven.
Dat heeft haar een overvloed aan fantastische vruchten van de Geest gebracht. Zelf zegt zij dat ze zich in vredestijd heeft toegerust. ‘In vroeger tijden heb ik zoveel geduld gehamsterd, dat ik nu uit een hele voorraad kan putten,’ bekent ze oprecht. En dat kun je merken.
De vermoeiende ochtendbeurt is voorbij en uitgeput vallen haar ogen weer dicht. Zoals altijd fluistert haar mond een dankwoord aan Jezus, die zij zo trouw heeft gediend en die ze boven alles liefheeft. In de kamer wordt het stil; stil en oneindig goed.
Flå 2011: Tom is opgetogen, hij wordt altijd enthousiast als hij terugdenkt. Als hij nu terugdenkt aan het grote levensraadsel van zijn jeugd, is het met een glimlach. ‘Ik snapte gewoon niet welk verband er in de praktijk kon bestaan tussen Gods Woord en het dagelijks leven als christen,’ bekent Tom. ‘Vergeving voor gedane zonden begreep ik wel, maar hoe ik kon ophouden met zondigen, dat kon ik niet vatten. Hoe kon er een verband tussen bestaan, dat Jezus op een houten kruis werd gespijkerd en dat ik zou kunnen veranderen en goed worden?'
Tom deed zo hard als hij kon zijn best: ik mag niet zondigen, nee, niet zondigen, niet zondigen! Maar er kwam eigenlijk nauwelijks meer van terecht dan wat min of meer mislukte pogingen om zich te beheersen. Bij Tom ontbrak het aan iets fundamenteels. Anders dan Edith wist hij niet dat het kruis ook een aanduiding is van het kruis dat Jezus elke dag van zijn leven gedragen heeft. Jezus zegt zelf: ‘Indien iemand achter Mij wil komen, dan moet hij zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis opnemen.’ Het kruis is dus ook een beeld van het lijden door zelfverloochening. Dat lijden heeft Jezus elke dag van zijn leven gedragen, daardoor heeft de zonde zijn dood gevonden en hebben wij een eeuwige hoop gekregen, een evangelie.
Paulus schrijft ook in Rom. 6:10-11 dat Jezus voor de zonde eens voor altijd gestorven is en dat ook wij ons dood moeten achten voor de zonde. Dat begrip heeft voor Tom nu zin gekregen. Jezus had besloten elke dag zijn kruis op te nemen, zichzelf dagelijks te verloochenen, zodat het voor Hem in verzoekingen geen vraag was in hoeverre Hij daaraan zou toegeven. In het geloof zag Hij zichzelf eenvoudig al als dood voor de zonde. Zo is het goddelijke in Hem gegroeid en is Hij weer aan God gelijk geworden.
‘Toen ik dat te weten kwam kreeg ik geloof, en dat gaf mij de kracht die ik eerst niet had, zodat ook ik in verzoekingen kon overwinnen. Toen ontdekte ik dat Jezus een weg heeft geopend waarop ik Hem kan volgen.’ Toen was het niet meer Tom alleen die tegen verzoekingen moest vechten en strijden, als een eenzame zwoeger die is overgelaten aan zijn eigen kracht of het gemis daarvan. Hij had eindelijk door dat hij werkelijk een voorloper had, iemand die hij kon navolgen.
Een hemels levenseinde
Op 30 juni is Edith ’s nachts ontslapen, te midden van haar dierbaren. Haar familie voelt erg het gemis en het verdriet omdat ze weg is, maar Edith heeft hen niet in hopeloze rouw achtergelaten. Tot aan het einde hebben ze onvergetelijke ogenblikken met haar beleefd. Zij heeft hen bedankt en iedereen overgoten met hemelse zegen. Zij had zoveel pijn dat ze haar nauwelijks konden aanraken. Toch kon zij heel veel opbouwende en bemoedigende woorden doorgeven. Haar zoon wilde haar een goedbedoelde troost geven en zei dat het voor haar heerlijk zou zijn om aan alles te ontkomen, nu zij eigenlijk geen levenskwaliteit meer had. ‘Maar ik vind dat ik een prima levenskwaliteit heb,’ was haar verbaasde antwoord. Zij kon immers de mensen om haar heen nog steeds zegenen met goede woorden. Dat alleen al gaf haar meer dan genoeg levenskwaliteit.
Ook Tom liep bij Ediths begrafenis achter de baar. Er ligt een glans in de ogen van de man die nu 63 jaar is. De jaren hebben het geloof en de blijdschap over wat hij heeft ontdekt er niet minder op gemaakt. Na jarenlang zoeken heeft hij gemeenschap gevonden met mensen die hetzelfde hartsverlangen hadden als hij, dat Gods Woord levensrealiteit kan worden en dat je ernaar kunt leven. Zoals Edith al had gemerkt, heeft ook Tom ontdekt dat strijden tegen de zonde en het begeren in jezelf de sleutel is om aan vrucht van de Geest deel te krijgen. Waar vroeger ongeduld was kan nu geduld komen, je reinigt je van hardheid en er komt vriendelijkheid in je. In een levenslang proces komen er geleidelijk, als een schat, vruchten in je leven. Maar werkelijk rijk worden aan vruchten van de Geest is niet iets wat van vandaag op morgen gebeurt. Het vraagt gehoorzaamheid aan wat de Heilige Geest je in je leven aan zonde laat zien. Vandaar de naam vruchten van de Geest.
Mijn leven is werkelijk heel anders dan voordat het evangelie mij duidelijk werd
Aan de vruchten kent men de boom
Een leven in het voetspoor van Jezus maakt niet zelfingenomen. De Geest blijft tot het einde toe trouw en laat ons steeds meer van onze slechte menselijke natuur zien. Daardoor houden we ook een hartsverlangen om meer van God en zijn natuur te krijgen en in een voortdurend goddelijk proces van herschepping te blijven. Vanuit haar ziekenhuisbed vroeg Edith haar kinderen nog: ‘Ben ik koppig?’ Zelfs op haar sterfbed wilde ze de waarheid over zichzelf ontdekken, zodat ze in ontwikkeling kon zijn, totdat God haar bij zich thuis haalde.

Tom is ook zeker van zijn zaak. Die hemelse vruchten van de Geest kunnen werkelijk realiteit worden. ‘Mijn leven is heel anders dan voordat het evangelie mij duidelijk werd. Er zijn heel wat min of meer dwingende dagelijkse situaties waarin ik vroeger boos zou zijn geworden, of depri of ongeduldig, waarin ik medelijden met mezelf had gekregen of iets had gewild, en waar nu rust en blijdschap is,’ zegt hij met een gelukkige glimlach.
Wat iemand met woorden zegt is één ding, maar de vrucht van de Geest is meer dan dat. Die is te proeven en te merken en te zien in de verschillende levensomstandigheden. Edith en Tom hadden iets wezenlijks gemeen: zij hebben ervaren dat het evangelie waar is, dat het iemand werkelijk kan veranderen. Dag na dag.