Allister Garth Cousins was niet tevreden met wat hij in zijn jonge jaren van het christendom had meegemaakt. Als 20-jarige ging hij daarom bewust op zoek naar waar en echt christendom en overwinning over de zonde.
Een uur rijden van de metropool Johannesburg in Zuid-Afrika ligt de industriestad Vanderbijlpark. Hier ontmoet ik Allister, en vanwege een flinke regenbui die over de stad trekt gaan we naar binnen. Allister is nu 26, woont in Johannesburg en werkt daar als grafisch ontwerper bij een reclamebureau.
‘Ik groeide op in een rustige, vredige omgeving van Johannesburg, met mijn moeder, mijn vader en mijn broer,’ begint Allister voorzichtig. Dus, denk ik, zijn er in die beruchte miljoenenstad ook nog gebieden die niet noemenswaardig gebukt gaan onder criminaliteit.
God, als u daar ergens bent, moet U mijn leven sturen
In zijn jonge jaren ging hij naar de zondagsschool. Met zijn moeder als drijfveer, was hij tot in zijn jeugdjaren een trouwe kerkganger. Als 21-jarige ging hij naar een evangelische kerk. Allister heeft altijd een besef gehad van goed en kwaad, maar pas nu besloot hij als christen te leven.
‘God, als u daar ergens bent, moet u mijn leven sturen, was een gebed dat steeds meer opkwam in zijn hart.
Na de middelbare school kreeg hij verlangen om niet meer te blijven leven zoals tot dusver. Hij begreep dat het leven als christen wel iets meer van hem eiste, en er kwam langzamerhand op een heel natuurlijke manier een afstand tot oude vrienden.
‘Maar zij wilden ook niet zoveel meer met mij te maken hebben, want ik praatte altijd maar over God,’ herinnert Allister zich glimlachend en met een twinkeling in zijn ogen.
Eens had hij tegen een vriend gezegd: ‘Wij zijn eigenlijk geen vrienden, geen echte vrienden, jij doet dingen die je niet zou doen als ik erbij was geweest.’ En na een korte pauze had hij eraan toegevoegd: ‘Er is geen open en eerlijke vriendschap tussen ons.’
Er groeide steeds sterker verlangen om te breken met de zonde waarvan hij wist dat hij daardoor nog steeds gebonden was. Maar zonder het geloof in Jezus als voorloper miste hij daarvoor de kracht. Hij wist geen oplossing, geen uitweg uit wat zijn geweten drukte. Hij las in de Bijbel dat ieder die Jezus wil volgen, elke dag zijn kruis moet opnemen en zichzelf verloochenen.
‘Ik ging me een huichelaar voelen. In de Bijbel las ik hoe Jezus leefde, en in mijn geweten wist ik wat goed en slecht is, maar ik was niet in staat daarnaar te leven.’
Allister ging naar Bijbelonderricht in de kerk waar hij kwam. Ook dacht hij erover om dominee te worden, want is dat niet wat je doet als je helemaal voor God wil leven? Hij greep aan wat hij maar kon, bij zijn zoeken naar wat het verlangen van zijn hart zou kunnen vervullen.
Maar op zeker moment was hij haast zover om heel het christenleven eraan te geven. Dat was voordat hij Arnold ontmoette. Arnold was jaren geleden onder de vrienden van de Brunstad Christian Church gekomen, hij woonde nu met zijn gezin in Kaapstad.
Allister begon een andere vrije groepering te bezoeken. Daar kreeg hij in 2006 een uitnodiging om mee te gaan op een reis naar Israel. Zijn motivatie stond op een laag pitje en zelfs twijfelde hij eraan of hij wel christen was. In het vliegtuig vroeg iemand hem met hem van plaats te wisselen, en zo kwam hij naast Arnold terecht. Ze raakten in gesprek, en dat bleek voor Allister de start te worden van een nieuw leven.
‘Wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden …’ citeert Arnold enthousiast.
Ja, ja, dat heb ik wel vaker gehoord, denkt Allister bij zichzelf.
‘… elke dag!’ vervolgt Arnold.
Dat laatste zet Allister aan het denken. Hij kijkt degene aan waar hij toevallig naast is komen zitten en vraagt op de man af: ‘Denk je dat je overwinning over de zonde kunt krijgen?’
Het antwoord is direct en eenvoudig: Ja!
Het verdere gesprek maakte de hoop in Allisters hart weer levend, dat hij misschien toch niet meer als een slaaf van de zonde hoeft te blijven leven.
Tijdens de Israelreis kan hij nauwelijks nog aan iets anders deken dan aan wat hij tijdens de vliegreis had gehoord.
Kort na thuiskomst neemt Arnold weer contact op. Hij nodigt hem uit voor een werkweekend bij Brunstad Christian Church in Vanderbijlpark. Hier beleeft hij iets wat hij niet snel zal vergeten. Het zien van veel jongeren die in zo’n goede atmosfeer aan het werk zijn, maakt een diepe indruk op hem. Als hij met enkelen praat hebben ze allemaal één boodschap: hetzelfde wat hij ook gehoord heeft in het vliegtuig naar Israel.
‘Wat meteen al zo'n sterke indruk maakte, was de eenheid en de mensen die zich voor elkaar inzetten,’ vertelt Allister. ‘De oudere broeders konden zomaar met mij zitten praten. Waar ik vandaan kwam, kwam dat niet voor, laat staan dat je vriend van de voorganger was’, zegt hij nadenkend.
‘Ik weet nog dat ik bij mezelf dacht dat dit het ware moet zijn. Dit moet het zijn, wat God wil,’ zegt hij.
Hij merkte dat ieder een persoonlijke strijd voerde tegen de zonde. Ze waren er niet in de eerste plaats op uit om zoveel mogelijk 'leden' te werven. Deze mensen waren geïnteresseerd in een leven, en dat was het waarnaar hij al zolang had verlangd.
Op dit eerste contact met Brunstad Christian Church volgden meer contacten met de vrienden bij verschillende gelegenheden. Zo mocht hij mee met een autorit naar Kaapstad. Alles wat hij zag en ervoer had z’n doorwerking. Na de samenkomsten ging men niet meteen naar huis. Ze hadden een gemeenschap, die hij niet eerder had gekend.
Hij weet nog die dag dat hij enkele vrienden opzocht samen met een kennis. Die zag wel in dat er bij Allisters nieuwe vrienden veel goeds was, maar was niet echt overtuigd.
‘Als ik niet naar Vanderbijlpark ga, wat is dan het op één na beste?’ vroeg de kennis.
‘Er bestaat niet iets anders, dit is het ware!’ was het antwoord.
Na de eerste contacten met de vrienden ging Allister nog even door met het Bijbelonderricht dat hij een tijdlang had bijgewoond. Hij probeerde door te geven wat God in zijn hart had bewerkt, maar hij merkte dat hij tekort schoot in zijn eigen leven. Dat werd een enorme nood voor hem. Hij had zelf hulp nodig.
‘Op de samenkomsten van Brunstad Christian Church voelde ik me helemaal uitgekleed,’ zegt hij, ‘ik wilde er haast niet meer naar toe.’
Toch merkte hij dat de verkondiging die hij hoorde, precies die hulp gaf die hij zo nodig had. Hier kreeg hij hulp voor een leven van herschepping. De verkondiging van dagelijks je kruis opnemen om Jezus te volgen was het enige wat zijn verlangen van de laatste paar jaar kon vervullen.
Thuis vertelde Allister over de hulp die hij voor zijn eigen leven had gekregen. Zijn moeder en z’n broer raakten beiden gegrepen van wat ze zagen en hoorden, en allebei zijn ze tot geloof in hetzelfde leven gekomen.
Nu is Allister actief betrokken bij het gemeenteleven, en ongelooflijk dankbaar voor de genade die over zijn leven is gekomen.
God ziet onder miljoenen mensen een waarheidzoekend hart.