Kan dat, helemaal vrij worden  van de zonde?

Kan dat, helemaal vrij worden van de zonde?

Geschreven door: brunstad.org | Gepubliceerd: vrijdag 7 januari 2011

Kan ik helemaal vrij worden van de zonde? Het is misschien moeilijk te geloven, maar het staat helder en duidelijk in het Nieuwe Testament dat het echt mogelijk is om vrij te worden van de zonde – en niet alleen vrij te worden van het feitelijk doen van zonde, maar ook van de kiem van de zonde in mij, van de erfzonde die in alle mensen woont.

Onze menselijke natuur

Wij mensen hebben van nature de neiging om onze eigen wil te doen. Met andere woorden: om te zondigen. Met mijn eigen kracht is het mij onmogelijk om de zonde te overwinnen die in mijn vlees woont, ofwel in mijn menselijke natuur. Daarvan hebben we heel wat voorbeelden in het Oude Testament. Elk jaar weer gingen de priesters het heiligdom binnen en offerden het bloed van stieren en bokken om verzoening te doen voor hun eigen zonden en voor die van het volk. Zelfs de meest godsvruchtige van hen die volgens de wet onberispelijk waren, hadden geen macht over de zonde die in hen woonde.

Het offer van Jezus

Door de dierenoffers van het Oude Testament konden de mensen wel vergeving krijgen van de zonden die ze hadden gedaan. Maar die offers konden niet de zonde in de menselijke natuur wegnemen. Er was een ander offer nodig, en dat offer is gebracht door Jezus. We lezen in Hebreeën 10:4-7: ‘Het is onmogelijk dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen. Daarom zegt Hij bij zijn komst in de wereld: Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid; in brandoffers en zondoffers hebt Gij geen welbehagen gehad. Toen zei Ik: zie, hier ben Ik (in de boekrol staat van Mij geschreven) om uw wil, o God, te doen.

Zijn eigen wil, de hartstochten en begeerten in zijn vlees werden in de dood gebracht, zodat Hij nooit zonde deed, al werd Hij verzocht.

‘… om uw wil, o God, te doen.’ Jezus heeft zijn offer in zijn lichaam gebracht. Zijn eigen wil, de hartstochten en begeerten in zijn vlees werden in de dood gebracht, zodat Hij nooit zonde deed, al werd Hij verzocht. Door de weg die Hij ging baande Hij een nieuwe weg tot God voor allen die Hem willen navolgen. ‘Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is zijn vlees ...’ Hebreeën 10:19-20.

Het bloed dat Jezus meenam in het heiligdom, in Gods nabijheid, was het bloed van zijn eigen wil, en dat heeft Hij eens en voor altijd gedaan. Omdat de zonde in het vlees in Hem werd gedood, was die jaarlijkse verzoening niet meer nodig.

Maar onze zondige natuur dan?

Op grond van zijn offer heeft Jezus de macht gekregen om mij mijn zonden te vergeven, als ik Hem werkelijk wil volgen. Daardoor kan ik een nieuw begin maken. Maar wel word ik er dagelijks aan herinnerd dat de zonde in het vlees niet is weggenomen door de vergeving.

De enige manier om vrij te worden van de zonde in het vlees is: dezelfde weg gaan die Jezus is gegaan. Hij is onze voorloper, en heeft de weg door het vlees gebaand, zodat wij Hem kunnen volgen.

‘Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden ...’ 1 Petrus 2:21-22.

Hem navolgen betekent dat ik geen zonde doe, en dat is mogelijk met de kracht van de Heilige Geest, door mijzelf te verloochenen en de begeerten in het vlees te haten. Zo zal de zonde in mij gedood worden, zodat ik geen zonde meer doe. Dan ben ik vrij van de zonde!

‘Daar Christus dan naar het vlees geleden heeft, moet ook gij u wapenen met dezelfde gedachte, dat wie naar het vlees geleden heeft, onttrokken is aan de zonde, om niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God de tijd, die nog rest in het vlees, te leven.’ 1 Petrus 4:1-2

‘Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven.’ Romeinen 8:13.