Zonde hebben - zonde doen

Zonde hebben - zonde doen

Geschreven door: Milenko van der Staal | Gepubliceerd: zaterdag 21 juni 2014

Johannes schrijft dat we allen zonde hebben, maar dat zij die zonde doen God niet hebben gezien of gekend (1 Joh. 1:8; 3:6). Wat is het verschil?

De zondeval

De zonde kwam in de wereld door Adam en Eva, die ongehoorzaam waren aan God. Door deze daad van ongehoorzaamheid (de zondeval) raakten Adam en Eva besmet, en zij kregen een zondig vlees (Gen. 3:1-6; Rom.5:12). Er woonden lusten, begeerten, in het vlees die nu gewekt werden en begonnen te strijden tegen Gods wil. Deze lusten worden de zonde in het vlees genoemd, of de eigenwil.

Zonde hebben – verzoeking

Alle mensen hebben de zonden in het vlees geërfd, en daarom kunnen we zeggen dat iedereen zonde heeft (1 Joh. 1:8). Dat kunnen we merken als we verzocht worden. “Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.” Jak. 1:14-15. Verzoeking is dus niet hetzelfde als zondigen, maar als wij in onze gedachten bewust toegeven aan wat de begeerte wil, dan wordt de zonde “gebaard”, doordat er een verbinding komt tussen onze gezindheid en de zonde die wij in ons vlees hebben.

Zonde doen – vallen in zonde

Er is een groot verschil tussen zonde hebben en zonde doen. Wie zonde doen, zijn degenen die willen zondigen, die de zonde niet willen opgeven, en daarom doorgaan met zondigen. “Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne” (1 Joh. 3:8) “en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort” (Jak. 1:15). Dit gaat over een geestelijke dood, omdat we van God gescheiden worden. God kan geen gemeenschap hebben met mensen die de zonde niet willen opgeven. Dan wordt het een leven zonder hoop en zonder God.

Het kan ook gebeuren dat we toch vallen als we op de weg zijn. Maar omdat er gebeurde wat we niet wilden, hebben we er verdriet over en we staan meteen weer op. De gezindheid is om het goede te doen, en daarom zorgt het vallen ervoor dat we waakzaam en opmerkzaam worden, zodat het niet nog een keer zal gebeuren.

Niet zondigen!

“Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt.” 1 Joh. 2:1. Dit moet toch mogelijk zijn aangezien het geschreven staat! Jezus leefde een leven zoals de mensen, onder dezelfde voorwaarden als wij, maar Hij heeft nooit gezondigd, omdat Hij nooit toegaf aan de lusten die in zijn vlees woonden. In plaats daarvan kon God de zonde veroordelen in het vlees (Hebr. 4:15, Rom. 8:3). Daarom kon de dood Hem niet vasthouden, en door dit offer opende Hij een weg terug naar God, waarop wij Hem als discipelen kunnen volgen. Wat een krachtig, hoopvol evangelie hebben wij gekregen!