Hoe krijg ik deel aan heiligmaking?

Hoe krijg ik deel aan heiligmaking?

Geschreven door: Tom Harris | Plaats: Sydney, Australië | Gepubliceerd: maandag 20 april 2015

In de Bijbel staat geschreven dat zonder heiligmaking niemand de Here zal zien. Als we eerlijk zijn voor onszelf, moeten we toegeven dat onze natuur nog verre van heilig is. Hoe kan dan deze verandering plaatsvinden?

“Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiligmaking en als einde het eeuwige leven” Rom. 6:22.

Heiligmaking is een vrucht

Heiligmaking is een vrucht, een resultaat. Om dat te verkrijgen, moeten we eerst vrijgemaakt worden van de zonde, zodat we dienaren van God kunnen worden. In Rom. 7:25 zegt Paulus dat hij met zijn verstand dienstbaar was aan de wet Gods, maar met zijn vlees aan de wet der zonde. Paulus diende niet de zonde met zijn verstand – hij gaf niet toe aan de zonde, maar overwon in de kracht van de Geest. De wetten van de geest des levens hadden hem in Jezus Christus vrijgemaakt van de wetten der zonde en des doods (Rom. 8:2). De wetten van de zonde en de dood treden alleen in werking als ik ze met mijn verstand dien.

De wet der zonde in mijn leden

Toch diende hij de wet der zonde met zijn vlees. Hoe is dat nou mogelijk? Om dit te begrijpen kunnen we een eenvoudig voorbeeld gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan een man die piano leert spelen. Met zijn verstand speelt hij de noten zo goed als hij kan en begrijpt, maar toch maakt hij fouten. Dat is wat Paulus bedoelt als hij zegt: “Want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde die in mijn leden is” (Rom. 7:22-23).

We moeten de wet in onze leden niet verwarren met de wetten van de zonde en de dood. De eerste treedt in werking als ik de wet van de zonde dien met mijn vlees (niet met mijn verstand), terwijl de laatste in werking treedt als ik de wet van de zonde dien met mijn verstand.

Heiligmaking is ontwikkeling

We kunnen het voorbeeld nog eens gebruiken: de man achter de piano merkt sommige fouten meteen als hij ze gemaakt heeft, maar hij had ze niet met zijn verstand gemaakt – het was de andere wet in zijn leden die zich deed gelden. Andere fouten merkt hij zelf niet, maar daar moet zijn leraar hem op wijzen.

“Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven, maar wanneer gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven.” Rom. 8:13.

Zo is het voor een ieder die Gods wet dient met zijn verstand; die komt er telkens achter dat zijn werkingen en handelingen worden beïnvloed door de wet der zonde in de leden. Maar op het moment dat we dit merken, dan zijn we het eens met het oordeel van de Geest en haten we de zonde en doden we deze door de Geest! “Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven, maar wanneer gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven.” Rom. 8:13.

Werkingen des lichaams zijn werkingen die worden gedaan vanwege de wet der zonde in mijn leden. Ze worden niet bewust gedaan; precies zoals de man bij de piano, die geen bewuste fouten maakte. Als ik deze werkingen opmerk en dood, sta ik in de heiligmaking.

Ik moet geïnteresseerd zijn in mijn heiligmaking

Hoever iemand komt met pianospelen hangt af van vermogen en interesse. Maar heiligmaking heeft niets met vermogen te maken, die is alleen afhankelijk van interesse. Paulus kwam ver op de weg der heiligmaking, omdat hij zo’n grote interesse had. Hij was gegrepen van het leven van Jezus. “Vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.” Fil. 3:13,14.

Een andere wet in mijn leden

Iemand die iets goeds doet voor een ander kan zeer tevreden zijn over zichzelf en niet iets opmerken van de andere wet in zijn leden. Paulus daarentegen, vond altijd de andere wet in zijn leden en vond zo dus die wet dat wanneer hij het goede wenste te doen, het kwade bij hem aanwezig was (Rom. 7:21). Als wij werkelijk God dienen en ons verheugen in Zijn wet, dan vinden wij ook deze wet. Het is belangrijk dat wij God dienen met een oprecht hart in alle dingen en niet voor het aangezicht van de mensen staan om hen te behagen (Ef. 6:6).

Maar voor ons is het niet nodig om moedeloos te worden als we merken dat het kwade bij ons aanwezig is en we de opleiding van de Geest ervaren. Want het is juist dit, wat ons mogelijkheden geeft om nog meer heilig gemaakt te worden.

Het is juist wanneer we Gods wil van harte doen, dat we die andere wet in onze leden vinden – zij die dienen om mensen te behagen merken deze nooit op. Hun oren zijn niet geopend voor het horen van de stem van de Geest, en zij kunnen de opleiding en de opvoeding van de Geest niet aannemen. Maar voor ons is het niet nodig om moedeloos te worden als we merken dat het kwade bij ons aanwezig is en we de opleiding van de Geest ervaren. Want het is juist dit, wat ons mogelijkheden geeft om nog meer heilig gemaakt te worden. Hoe meer heiligmaking, des te meer gezegend wordt ons leven, zowel voor onszelf als voor onze omgeving (Heb. 12:10-11).

“Want dit is de wil van God: uw heiliging ... dat ieder uwer in heiliging en eerbaarheid zijn vat wete te verwerven.” 1 Tess. 4:3-4.

Lees meer over verlossing.